zondag 26 december 2021

Fake News

Elk jaar weer hoop ik dat ik tijdens de vrije dagen rond kerst en de jaarwisseling tijd, zin en energie heb om dingen te doen waar ik op andere momenten niet aan toe kom. De zolder of schuur opruimen, een verfkwast ter hand nemen, de administratie op orde brengen; dat soort dingen. Maar waar het aan ligt weet ik niet (de korte dagen? het sombere weer? dit jaar ook de lockdown misschien?), er komt niet zo veel uit m'n handen.

Ik kijk wat meer tv dan normaal, ik wandel en lees. Maar veel zaken blijven weer gewoon liggen, wachtend op een periode die me meer inspireert om ze op te pakken. En dat is ook helemaal niet erg natuurlijk. Ik zie het ook bij anderen. Student Bastiaan heeft Tweede Kerstdag met Wilma een heerlijk (Italiaans) kerstdiner bereid, maar kiest er ook voor om deze dagen veel tijd onderuit-hangend door te brengen. En ook onze kat Sam luiert deze dagen nóg meer dan hij normaal gesproken al doet. 

Deze week bleek uit een onderzoek van de Universiteit Twente dat we steeds slechter blijken te kunnen lezen, onder meer omdat we met chatten vluchtige leesstrategieën gebruiken, wat ten koste gaat van het diep (dus grondig) lezen. Ikzelf lees graag een boek, maar herken het wel. Wanneer ik tijdens m'n werk uit m'n concentratie wordt gehaald door allerlei mail- en whatsapp-berichten lees ik die ook niet altijd even grondig door waardoor ik de essentie van een vraag niet goed begrijp. En vandaag bijvoorbeeld viel m'n oog op een krantenkop waarvan ik meteen dacht dat dit fake news was... 

Ik wens iedereen een gezond en energiek 2022 toe, zonder pandemie-ellende en fake news!

zondag 12 december 2021

De geschuurde schuurdeur

In de schuur in onze voortuin staat een extra vriezer en koelkast. En voor ik onze voordeur op het nachtslot doe vraag ik standaard elke avond of we nog iets uit de schuur nodig hebben. Vaak gaat het dan om brood en/of een pak melk voor de volgende dag. 

Het dicht doen en op slot draaien van de schuurdeur is een vak apart. Onze schuurdeur is namelijk nogal gevoelig. Alle weersomstandigheden die zich voordoen in Nederland (nat, warm, koud, stormachtig) hakken er nogal fors in bij hem. Heel af en toe zit hij zo losjes in de sponning dat hij spontaan open vliegt, maar het merendeel van de tijd zit hij aan verschillende kanten muurvast en krijgen we hem maar lastig open, dicht en op slot. Eigenlijk had ik ‘m al lang een keer moeten vervangen, maar ach... het is maar een schuurdeur. Dus pak ik met enige regelmaat mijn schuurmachine om ‘m weer passend te maken, wat ertoe leidt dat hij soms weer spontaan open vliegt.

Vorige week liet de deur zijn gesloten karakter weer zien en was hij nauwelijks op slot te krijgen. Dus al een paar avonden beukte ik met m’n schouder tegen hem aan, met het uit de vriezer gehaalde brood onder m’n arm, zodat ik de sleutel in het slot kon omdraaien. Tot ik er op een avond geen erg in had dat ik deze avond niet alleen brood onder m’n arm had, maar ook een pak melk. Door de beuk op de deur sprong het melkpak aan de bovenkant open en spoot er een fontein melk in mijn gezicht en over m’n kleding.

Het was gelukkig al donker, dus niemand zag het. Of hoorde ik daar een gek lachje? Het klonk in ieder geval wel zo gek als een deur...




zondag 28 november 2021

De flinke fik

Hoewel ik het liefst overdag hardloop, ren ik af en toe ook een rondje met de buurman op een doordeweekse avond. Het is dan wel zaak dat we ons goed aankleden; niet alleen extra laagjes kleding tegen de kou, maar ook reflecterende hesjes of bandjes met lichtjes om de bovenarm. 

Vorige week donderdag waren we bijna thuis toen ik dacht iets van een brandlucht te ruiken. 'Ik ruik een houtkachel', zei ik nog tegen m'n hardloopbuurman, waaraan ik toevoegde dat die dingen slecht zijn voor het milieu. We stopten pas met rennen vlak voordat we bij onze voordeuren waren en we riepen nog iets naar elkaar als 'het was weer voor herhaling vatbaar!' voordat m'n buurman bij hem naar binnen stapte. Voordat ook ik de sleutel in het slot draaide om m'n voordeur te openen realiseerde ik me dat ik nog brood moest halen uit onze extra vriezer die in de schuur in onze voortuin staat. Dus ik draaide me om en schrok enorm! Over de daken van de huizen schuin tegenover ons zag ik een enorme gitzwarte rookkolom schuin onze straat oversteken. En binnen no-time hoorde ik allerlei sirenes! Ik klopte op de deur van de buren en wees naar de rook, die al snel voor een deel oranje-rood was.

We renden nog een extra stukje, nu naar waar de rook vandaan kwam. En al snel zagen we dat het flink mis was; op het bedrijventerrein aan de overkant van de weg stond een grote hal in de fik en ook het garagebedrijf ernaast begon al vlam te vatten. In die hal stonden tientallen elektrische leenscooters, waarvan blijkbaar een accu vlam had gevat. Een dik jaar geleden was ook al eens zo'n scooter in de fik gevlogen, maar toen bleef de schade enigszins beperkt omdat deze op de stoep voor de loods stond. Maar nu was er geen houden meer aan. Ik ben weer snel naar huis gegaan om daar te waarschuwen en de ramen dicht te doen, hoewel de wind voor ons gunstig stond. Maar het leek me sowieso niet verstandig om de ramptoerist uit te hangen en naar de fik te blijven kijken.

Dus even later zaten we thuis 'gewoon' tv te kijken, terwijl we in de ramen aan de overkant van het gemeenteplantsoen waarop we uitkeken de weerspiegeling zagen van metershoge vlammen die de grote loods en het garagebedrijf ernaast inmiddels hadden doen instorten... Het was al laat toen het sein 'brand meester' werd gegeven en we de rookkolom langzaam minder zagen worden. En de volgende dag was pas goed te zien hoe de brand had huisgehouden.

Houtkachels zijn slecht voor het milieu, maar hoe zit dat met elektrische scooters?

zondag 14 november 2021

Zonder publiek

Hoewel het Nederlands elftal gisteren afging door tegen Montenegro in de laatste acht minuten een voorsprong van 2-0 weg te geven, kunnen ze zich dinsdag met een gelijkspel tegen Noorwegen plaatsen voor het WK Voetbal van volgend jaar. Wel moeten ze dat doen in een wedstrijd zonder publiek, weten we sinds de corona-persconferentie van vrijdagavond.

En dat wedstrijden zonder publiek minder fijn zijn om te spelen en veel minder aantrekkelijk om naar te kijken weten we nog goed uit vorig seizoen. Het deed me deugd dat we daar dit seizoen van verlost waren, maar nu zijn we weer (voor even?) terug bij af. Jammer hoor, want een feestje op het veld en de tribunes hoort bij plaatsing voor een groot toernooi, vind ik.

Één keer eerder plaatsten we ons eerder voor een voetbaltoernooi in een leeg stadion. Op een ijskoude dag won het Oranje met Gullit, Van Basten, Rijkaard en Koeman in het vroegere Ajax-stadion De Meer met 4-0 van Cyprus. En dat het op 9 december 1987 zo koud was weet ik nog goed omdat ik die dag toevallig aan de overkant van dat stadionnetje liep. Ik werkte bij de Rotterdamse afdeling Monumenten en we brachten met onze Amsterdamse collega’s een bezoekje aan Betondorp, het bijzondere wijkje waar Johan Cruijff was geboren en opgegroeid...



Nederland moest die wedstrijd zonder publiek spelen als straf, omdat op 28 oktober vanuit het publiek een vuurwerkbom naar de keeper van Cyprus was gegooid, waardoor de 8-0 van die avond uit de boeken werd geschrapt. Dat bom-incident vond plaats in De Kuip, het stadion dat juist deze week weer zo in de belangstelling staat nu Feyenoord zelf een bom onder de plannen voor een nieuw stadion heeft gelegd.

En zo lijkt de cirkel rond, maar hiervan kan op 18 december volgend jaar pas echt sprake zijn. Want met die publiekloze wedstrijd op 9 december 1987 plaatste Oranje zich voor het EK’88. En we weten hoe dat afliep!

zondag 31 oktober 2021

Niet passende namen

Op de vraag 'waar ben je deze herfstvakantie geweest?' kan ik zonder te liegen 'in Sint Maarten' antwoorden. Maar denk daarbij niet aan een zonnig en warm eiland in de buurt van Midden-Amerika, maar aan een klein dorpje in de kop van Noord Holland. We waren er op bezoek bij een nicht van Wilma, omdat we een paar dagen in een hotelletje in het nabijgelegen Bergen verbleven. Bergen; eigenlijk ook zo'n plaatsnaam die je in eerste instantie niet met ons platte polderlandje associeert. Vreemd toch dat we het ooit blijkbaar logisch vonden om dorpjes of steden namen als Bergen op Zoom of Bergen aan Zee te geven? En dit fenomeen doet zich trouwens ook voor bij Nederlandse achternamen. Bekende Nederlandse voetballers? Vroeger Dennis Bergkamp en vandaag de dag spelen Steven Berghuis en Steven Bergwijn in Oranje. Aanvoerder Virgil van Dijk heeft tenminste een achternaam die wél bij Nederland past!

Dat we precies in onze herfstvakantie de overgang van de nazomer naar de herfst meemaakten was trouwens ook zeer gepast. De eerste dag slenterden we nog langs goed gevulde terrassen in zonnig Egmond, maar de dagen erna moesten we schuilen in Alkmaarse horecagelegenheden en winkels, konden we uitwaaien op de Hondsbossche Zeewering en hoorden we regen kletsen op ons hotelraam.

Ons hotel heette overigens 'Heerlijkheid' en dat is helaas weer een voorbeeld van een naam die niet past. want we hebben ons 'heerlijk' vermaakt hoor, maar dat was niet dankzij maar ondanks het hotel. Toen ik op de dag van aankomst de douche opendraaide kwam ik er - na voor de zekerheid een poos te hebben gewacht - achter dat we geen warm water hadden. Nadat we daar om een uur of vijf melding van maakten vroegen we meteen in het bij het hotel behorende restaurant of we voor vanavond een tafel konden reserveren. Dat was niet nodig, werd ons verteld. Want het was rustig. Maar toen we anderhalf uur later het restaurant binnenstapten was er geen tafel meer vrij, dus moesten we op zoek naar een andere eetgelegenheid in het dorp. En dan was er ook nog een lekkende radiator naast het bed, met als gevolg dat een deel van Wilma's dekbed in de loop van de nacht nat was geworden. De klusjesman van het hotel draaide overuren in onze kamer...

Toen we weer richting huis gingen en ons bij de receptie gevraagd werd of het hotel ons goed was bevallen gaf ik dus een ander antwoord dan gebruikelijk. Want we hadden klachten. Bergen!

zondag 17 oktober 2021

Niet kieskeurig

Dik dertig jaar geleden dreigden onze wegen zich te scheiden, toen drie naaste collega's en ik op andere plekken in de organisatie terecht kwamen. Ik had met succes gesolliciteerd naar een 'functie elders' (een begrip dat tegenwoordig een negatieve lading heeft) en door een grootschalige reorganisatie verhuisden ook mijn collega's naar verschillende organisatieonderdelen van de gemeente Rotterdam, die op diverse plaatsen in de stad lagen. Maar we spraken af dat we in ieder geval één keer per jaar ergens samen zouden lunchen. Dat hielden we veel langer vol dan ik destijds vermoedde, want je weet hoe het vaak gaat met dat soort afspraken: op een gegeven moment komt de klad erin. Maar nee dus; door de jaren heen hebben we aardig wat horecagelegenheden tussen de middag met een bezoekje verblijd. Ook nadat twee van m'n collega's zo'n vijftien jaar terug met pensioen gingen bleven we de afspraak nakomen. 

Twee weken terug waren we daarom verheugd dat we na de Covid-lockdowns weer samen konden afspreken in Hotel New York. Natuurlijk is er wat veranderd sinds de laatste keer: we moesten een QR-code laten zien en we begroetten elkaar niet met de hand maar met een vuistje of elleboog. Maar die aanpassingen hadden we er graag voor over!

Toen op een gegeven moment de bediening de standaardvraag 'heeft u al een keus kunnen maken?' stelde verontschuldigden we ons met de mededeling dat we nog zo met elkaar in gesprek waren geweest dat we de kaart nog niet hadden geopend. Ik koos voor twee Dobben-kroketten met wit brood en mijn buurman ging voor die kroketten met bruin brood. M'n collega's aan de andere kant van de tafel bestelden allebei hetzelfde: een salade met als voorafje tomatensoep.

Nadat de lunch op tafel was gezet werden onze gesprekken al etend voortgezet. Verhalen over vroeger maar ook over bezigheden van nu, verteld met een flinke dosis zelfspot. Anekdotes over spel en sport met leeftijdgenoten bijvoorbeeld, waarbij het voorkomt dat niemand van de krasse knarren de stand meer weet of men geen idee heeft wie er ookalweer aan de beurt is. 

Het viel stil toen de kok ineens naast onze tafel stond. 'Hoe vond u de soep?' vroeg hij aan m'n tafelgenoten die die hadden besteld. 'Eeh... lekker... een beetje vreemd van smaak eigenlijk', was de weifelende reactie. 'Ik moet m'n excuus aanbieden', zei de kok erna. 'U bestelde tomatensoep maar we hebben u per abuis kreeftensoep gegeven!' Dat bleek nauwelijks te zijn opgevallen bij m'n oud collega's, hoewel ze de tomatensoep achteraf bezien dus wel wat merkwaardig vonden smaken...

M'n 'krokettenbuurman' en ik moesten hartelijk lachen om de verstrooidheid van onze overburen, waarbij ik eerlijk aangaf dat dit mij ook zou kunnen gebeuren. 'Dat geloof ik zeker, zei een van de kreeftensoep etende collega's lachend, want jij had toch wít brood besteld bij je kroketten?' Ik keek naar het bruine stuk brood waarop ik zojuist kroket nummer één had geprakt en waarvan ik net smakelijk had zitten eten. En tegelijk keek de bruinbroodbesteller naast me naar het witte stuk brood dat hij inmiddels zonder erbij na te denken voor de helft had verorberd.

Volgend jaar zien we elkaar weer. Waar? Dat maakt eigenlijk niet uit, want we worden sowieso toch steeds minder kieskeurig.




zondag 26 september 2021

Afstand

Na anderhalf jaar thuiswerk was het vorige week hard nodig om weer eens 'in het echie' het gesprek aan te gaan met collega's. Zaken goed doorspreken, werkpakketten herverdelen en afspraken maken over prioriteiten, maar ook elkaar (weer) wat beter leren kennen en - niet te vergeten - lol maken.

Donderdag en vrijdag zaten we in hotel en conferentieoord 'Het Wapen van Marion' in Oostvoorne. Omdat de coronamaatregelen nog van kracht waren vond de directie twee dagen intensief overleggen, dineren en borrelen prima, maar er blijven slapen een stap te ver. Beetje eigenaardig: want dát is nou juist het gene dat we alleen doen en afstand houden geen probleem is. De vrije jaren zestig van zijn zó lang geleden dat niemand van ons alles rondom 'love and peace' bewust heeft meegemaakt.

Maar enfin, het kwam erop neer dat we de twee dagen 's morgens heen en 's avonds weer moesten rijden. En dat is best een flinke afstand. Een groot deel van de dagen vulden we binnen met praten, naar flapovers kijken, ideeën uitwisselen en post-its plakken, maar ook werk-wandelden we door de duinen en zochten we het zonnige terras op om opdrachten uit te voeren en afspraken te maken.

Terugkijkend op de twee dagen was het fijn om wat afstand te nemen van de waan van de werkdag en met een helikopterview te bekijken wat écht van belang is. Die helikopterview werd zichtbaar toen m'n collega's Ric z'n drone ter plaatse liet opstijgen om een paar mooie foto's te maken. Indrukwekkend hoor, al laten de foto's wel zien dat ik ze zie vliegen...




zondag 12 september 2021

Nodig moeten

Wanneer we onze boodschappen hebben gedaan en met een vol winkelwagentje bij de kassa aankomen komt het nogal eens voor dat Wilma tóch nog even een gangpad inschiet op het moment dat ik wil afrekenen. Ze is dan iets vergeten of ze krijgt ineens een idee, ik weet het niet precies. Na eerst lichtelijk verward en zoekend om me heen te hebben gekeken zet ik dan berustend onze kar opzij, geef ik andere klanten - die wel in de volledige bezetting de kassa hebben bereikt - voorrang en scroll ik al wachtend wat op m’n smartphone.

Daarom was mijn verbazing gisteren groot toen mijn echtgenote veel eerder dan gebruikelijk aangaf dat we écht alles hadden en we inderdaad zonder vertraging konden afrekenen. Pas nadat we de supermarkt hadden verlaten werd me duidelijk wat de oorzaak van het verrassend korte bezoek aan de Zaandamse grootgrutter was geweest. ‘Ik moet heel nodig plassen’, werd me toevertrouwd. Dus gaf ik flink gas, op weg naar huis...

Onderweg moest ik denken aan die keer in 1979 toen m’n vader - onderweg naar het zuiden tijdens een vakantie - ‘file reed’ in Genève, met m’n moeder naast zich en drie kinderen op de achterbank. M’n zus en ik waren zestien en achttien en tussen ons in zat ons vier jaar oude broertje, die al een poosje aangaf dat hij moest plassen. Op een gegeven moment hield hij het écht niet meer, maar het verkeer stond muurvast en we konden geen kant uit. ‘Pak een plastic bekertje uit de tas’, zei m’n moeder op een gegeven moment, terwijl we stapvoets langs het Meer van Genève reden. De vierjarige werd vervolgens vriendelijk verzocht om te gaan staan en... afijn, de rest spreekt voor zich. Al was dat bekertje sneller vol dan gedacht. ‘Ho! Ho! Stop!’, riepen we tegen onze kleine vriend die enthousiast z’n blaas ledigde. Het lukte hem wonderwel om inderdaad even de plas in te houden, nét voordat de rand van het bekertje werd bereikt. Razendsnel opende m’n moeder de deur van onze Ford Taunus en kiepte ze het bekertje leeg langs de stoeprand. Nota bene in het zo propere Zwitserland! Daarna herhaalde het hele gedoe zich nog een keer. Sterker nog: er leek geen eind aan de komen! Wat moest dat kleine mannetje piesen zeg! 
Ach, hij kon het natuurlijk ook niet helpen. Gisteren realiseerde ik me wel dat Wilma blij mocht zijn dat de grote, volop kletterende fontein in het Meer van Genève niet op de route van de supermarkt naar ons huis ligt...




zondag 29 augustus 2021

Vieze peuken en viespeuken

Vorige week wandelde ik door de Rhoonse Grienden met een oud-collega die ik meer dan veertig jaar geleden leerde kennen, maar die ik twintig jaar terug uit het oog verloor nadat hij een andere baan vond. Hij had me via de mail benaderd en tijdens onze mailwisseling daarna kwamen vooral lachwekkende situaties uit het donkergrijze verleden en bijzondere personen met wie we samenwerkten weer snel naar boven. Ook tijdens onze wandeling over smalle zigzag-paadjes tussen eindeloze rijen knotwilgen vertelden we elkaar niet alleen hoe het vandaag de dag met ons gaat, maar wisselden we vooral anekdotes uit over de periode dat we samenwerkten.

Daarbij realiseerden we ons hoe de tijden veranderd zijn, bijvoorbeeld toen we spraken over collega's die de hele dag door Gauloises-sigaretten rookten op de kamer, zonder dat je daar als niet-roker iets van 'mocht' zeggen. En dat ze die vieze peuken dan doofden door die in plastic bekertjes te laten vallen waar nog een bodempje koffie in stond. En altijd hing er dus de stank van sigaretten...

Maar over stank gesproken: ik had ooit een vrij bijzondere vrouwelijke collega, die wat natuur in de werkomgeving wilde brengen door een emmer met een moerasplant bij de ingang van onze kamer te zetten. Ik associeer natuur met iets moois, maar dit zag er niet uit en wanneer er iemand per abuis de plant aantikte tijdens het binnenkomen of verlaten van de kamer bewoog de aarde (drek) waar hij instond en ontsnapten zeer onaangenaam riekende moerasgassen uit de emmer. Maar goed, dat was tot daaraantoe. Ze had echter ook de eigenaardige gewoonte dat ze zo af en toe een scheet liet (!). De eerste keer dat het gebeurde leek het een ongelukje en had ze een vaag verhaal over een of andere ziekte. Ze zal niet de tijd hebben gehad om even naar de wc te lopen, dacht ik toen nog. Maar het kwam steeds vaker voor en ze geneerde zich er helemaal niet voor. Nu, meer dan twintig jaar later, liepen mijn wandelgenoot en ik te proesten van de lach over onze winderige ex-collega (eigenlijk is 'gieren' een betere woordkeus), maar het was natuurlijk te bizar voor woorden. Wanneer ze niet op de kamer was schudde ik de moerasplant even heen en weer, zodat ik die de schuld kon geven van de putlucht wanneer iemand anders de kamer zou binnenkomen.

En natuurlijk sprak ik haar er soms op aan, hoewel ze niet iemand was met wie je gemakkelijk kon communiceren. Het meest bijzondere antwoord dat ze me gaf was dat ze het wel jammer vond dat er in ons airco-gebouw geen raampje open kon!!!

Ach, het was een collega waarbij wel meer zaken niet zo lekker liepen. Het heeft ook allemaal niet lang geduurd voordat het haar duidelijk werd dat binnen onze organisatie geen toekomst voor haar lag. Ze ging op zoek naar een andere baan en ik moet het haar nageven: dat had ze gelukkig in een poep en een scheet geregeld!

zondag 15 augustus 2021

Veel en groot

Vandaag waren we op uitnodiging van mijn zwager en schoonzus in Roermond, omdat zij hun 30-jarige trouwdag vierden met een 'shop-wandeling' door het daar gevestigde Designer Outlet Center en een etentje ter afsluiting. Ter plaatse kwamen we er achter dat meer mensen het idee hadden gehad om een bezoekje te brengen aan het outlet-center. Let leek of half Nederland een acute behoefte had aan een al dan niet enigszins afgeprijsde Gucci-tas, Ralph Lauren-polo of geurtje van Armani.

Voor alle duidelijkheid: die behoefte hadden wij niet. Maar het is wel leuk om wat te slenteren door de mooie straatjes vol vrolijk gekleurde huisjes. En natuurlijk hebben we wel wát spulletjes gekocht en hebben we wat gedronken, terwijl we almaar mensen met grote tassen met veel spullen voorbij zagen komen.

Aan het eind van de middag verhuisden we naar het naast het outlet-center gelegen Schnitzel-paradies. We ontdekten dit eetparadijs negen jaar geleden, toen we bij het vlakbij Roermond gelegen Belfeld kampeerden. Het is een kopie van een Oostenrijkse Gaststätte, waarop de woorden 'groß' en 'viel' erg van toepassing zijn. Schnitzels die variëren van groot naar heel groot en zelfs enorm, grote pullen drank en forse schalen met frites, wedges en salades. 

Om een indicatie te geven: niet alleen Wilma en ikzelf, maar zelfs Bastiaan zei geen behoefte te hebben aan een nagerecht, omdat hij nokkie-nokkie zat (iets waar hij later overigens op terugkwam toen hij het ijs en de wafels op tafel zag verschijnen die de anderen hadden besteld).

Voor we naar de auto liepen om aan de een-uur-en-drie-kwartier-durende terugrit te beginnen zocht ik nog even het toilet op. Want een strakke veiligheidsgordel combineert niet zo goed met een gevulde blaas. En zeker niet met hoeveelheden (radler)bier en cola die zó groot zijn. Maar toen ik bij het urinoir aanschoof schrok ik. Want wat bleek? Ze moeten er in het Paradies blijkbaar aan wennen dat er zaken zijn die (iets) minder groß sind...!

zondag 1 augustus 2021

Over de IJssel

Op het moment dat wij twee weken terug in Molecatenpark De Leemkule in het Gelderse Hattem aankwamen stonden de media bol van berichten over de rampzalige situatie in Limburg, Duitsland en België als gevolg van de overstromingen daar. Nadat ik - zittend in het vriendelijke ochtendzonnetje - de krant opende zag ik dag na dag beelden van blank staande straten en verwoeste huizen in en vlakbij het uiterste zuiden van ons kleine landje. Wat een contrast: de ellende daar en het zorgeloze zomerweer bij ons. En vooral: wat verschrikkelijk voor de mensen daar...

Fietsend naar Zwolle voor een paar boodschapjes moesten we de rivier over (want die Hanzestad ligt over de IJssel, in een provincie die we Overijssel hebben genoemd). Vanaf het fietspad aan de zijkant van de treinbrug hadden we een schitterend uitzicht op de rivier, die veel breder was dan ik vooraf had vermoed. Maar pas nadat ik middenin het water een onbemand pontje zag liggen viel bij mij het kwartje en realiseerde ik me dat hier een enorm gebied was ondergelopen. Veel van het water dat in en bij het zuiden van ons land was gevallen stroomde nu via deze (vaar)weg richting het IJsselmeer...

De volgende dag ontving Wilma een berichtje van haar vriendin met de vraag of we geen last hadden van het water. Twee dagen nadat we in Hattem waren aangekomen was het plaatsje prompt landelijk nieuws omdat er een dijk was doorgebroken! Ik googelde wat en ontdekte dat de dijkdoorbraak hemelsbreed niet ver van ons vandaan was. Maar de camping waar we zijn ligt hoog en uit de berichten maakte ik op dat er sowieso nabij de dijk geen noemenswaardige schade was.

‘s Middags besloten Bastiaan en ik een kijkje te gaan nemen bij de doorgebroken dijk. Puur uit nieuwsgierigheid. Dus denk nou niet dat ik een ramptoerist ben. We merkten ter plaatse al gauw dat er allerminst sprake was van een crisissituatie. Vanaf een afstandje zagen we dat in een ondergelopen weiland een hijskraampje een zomerdijk repareerde en dat er een paar mensen met zandzakken in de weer waren. Vlakbij ons banjerden wat koeien gemoedelijk door een laagje water. Ook zij vonden dit écht geen ramp, want ze leken het heerlijk te vinden om zo wat verkoeling te krijgen.

Gelukkig maar. Want ik hou er niet van om oude koeien uit een sloot te halen dus sjouw er liever ook geen uit een rivier.



zondag 18 juli 2021

Belachelijke bladblazers

Tijdens de coronacrisis is extra duidelijk geworden dat een gezonde, liefst groene, leefomgeving belangrijk is voor ons welzijn. Thuiswerken blijkt voor veel mensen een blijvertje en wandelen is het afgelopen jaar voor m’n gevoel voor velen uitgegroeid tot hobby nummer één. Tel daar nog bij op dat er ook dit jaar nog veel minder buiten onze landsgrenzen vakantie wordt gevierd en duidelijk is dat we het vooral dicht bij huis aangenamer moeten maken.

Wanneer ik thuis een route plan om te fietsen, joggen of wandelen probeer ik altijd zo veel mogelijk stukken bos of park te doorkruisen. Na werkdagen vol telefoontjes of MSteams-discussies is het heerlijk even alleen te luisteren naar kwetterende vogeltjes, spetterende fonteintjes of het ruisen van de bomen. Mits die geluiden niet overstemd worden door die belachelijke bladblazers! Want o, wat wordt de rust in parken en groenstroken onevenredig veel verstoord door mensen die zich lijken te voortbewegen alsof ze de Ghostbusters zélf zijn maar feitelijk niets meer doen dan lucht verplaatsen. Heel terecht pakt de politie steeds vaker de verkeersaso’s aan die door de binnensteden scheuren en enorme geluidoverlast veroorzaken, maar de bladblaas-aso’s zijn wat mij betreft hierna aan de beurt. 

Afgelopen week zat ik op mijn thuiswerkplek en was het weer zo ver. Ik hoorde ‘m al aankomen ver voordat hij in m’n gezichtsveld was (in het gemeenteplantsoentje achter ons huis). Ik vind het te gek voor woorden dat een apparaat dat blaadjes wegblaast is voorzien van een benzinemotor die zo veel lawaai maakt dat de gemiddelde Harley Davidson-rijder er jaloers op is. En wie heeft ooit verzonnen dat de bediener ervan elke twee meter het gaspedaal indrukt om het blaadje hooguit twintig centimeter de goede kant op te blazen? 

Blazer toch op met die herrie-apparaten! En laten we snel zoiets als een bezem uitvinden...

zondag 4 juli 2021

Feesten en keten

Ik 'bladerde' net door m'n oude blogs en zag dat ik het op 5 maart van vorig jaar voor het eerst over corona had. Inmiddels zijn we 16 maanden verder en pas nu voelt het alsof de Nederlandse samenleving weer van het slot gaat. Al baren de berichten uit sommige andere landen over de ook in Nederland oprukkende Deltavariant me wel zorgen.

Maar familieleden trekken met hun camper door Zuid-Europa, 's avonds hoor ik weer gepraat en gelach van tuinfeestjes in de omgeving, ik volleybal sinds een paar weken weer en ook mijn collega's zie ik sinds kort af en toe in het echie. Anderhalve week geleden hadden we een bijeenkomst in de open lucht op het Eiland van Brienenoord en afgelopen donderdag sprak ik er een paar in een gebouwtje dat ze 'De Gele Keet' noemen. Het is voor ons immers improviseren, omdat we waarschijnlijk nooit meer zullen terugkeren naar het kantoor waar we vóór de coronacrisis zaten, op de Kop van Zuid.

In kranten en op tv vergelijken deskundigen op het gebied van gedrag en economie de situatie met die van precies een eeuw geleden, toen na de Eerste Wereldoorlog en de Spaanse Griep de 'Roaring Twenties' aanbraken. Mensen wilden na de ellende hun zorgen vergeten en gingen dansen, feesten, lol maken en (zoals ze dat toen noemden) keet trappen. Ook wordt de term 'slutty summer' gebruikt, omdat verwacht wordt dat deze zomer vooral de jongeren alle remmen los gooien op verschillende gebieden. 
Dat laatste laat ik maar even aan me voorbij gaan, maar morgen heb ik wel weer een afspraak met m'n collega's in De Gele Keet, vlakbij de ooit vanwege de straatprostitutie beruchte Keileweg. Omdat ik nog niet graag met de metro reis en de afstand is niet zodanig is dat ik even naar dat gele keetje tippel stap ik morgenochtend op m'n fiets, waarop ik dan ouderwets naar de keet ga trappen.

Laat de roaring twenties maar komen!

zondag 20 juni 2021

Jakkes-yoghurt

Een van de voordelen van het warme weer van de afgelopen periode is dat de buitentemperatuur ‘s morgens al vroeg en ‘s avonds nog laat aangenaam is. ‘s Avonds kijk ik regelmatig in de tuin EK-wedstrijden op m’n iPad of laptop (totdat m’n armen en benen door muggen worden lekgestoken) en ‘s morgens geniet ik zo af en toe met m’n blote voeten in het gras van m’n ontbijtje.

Al is genieten helaas niet altijd het geval. Een paar dagen terug zette ik m’n bakje yoghurt met cruesli op de tuintafel onder de pergola en liep ik even heen en weer naar ons schuurtje om de stoelkussens te pakken. Ik ging zitten om al etend m’n (digitale) krantje te gaan lezen en voordat ik m’n lepel in de yoghurt wilde onderdompelen viel me op dat enkele cruesli’s niet geelbruin maar groenig waren. Omdat mij nooit eerder was opgevallen dat yoghurt en cruesli een dergelijke chemische reactie veroorzaken richtte ik mijn blik als vanzelf omhoog, naar de pergola. Daar zal in die ene minuut dat ik bij ons schuurtje was toch niet nét een duif hebben gezeten die...? Nee, dat moet me zijn opgevallen en ik moet hem dan hebben zien wegvliegen... Toch?

Ik staarde met een vies gezicht naar m’n yoghurtbakje en besloot om het donkergroenig uitgeslagen stuk er voor alle zekerheid maar uit te scheppen en dit in de gootsteen weg te spoelen. Ik pakte een nieuwe lepel, vlijde weer neer op de tuinstoel bij m’n krantje en at m’n ontbijtje of er niets aan de hand was.

Toen m’n bakje leeg en de krant gelezen was ging ik naar binnen om mijn huisgenoten wakker te roepen en aan het werk te gaan. Maar had ik nou een rare smaak in m’n mond...? Even brak het zweet me uit. Ik schraapte een paar keer m’n keel, omdat het leek of daar nog wat yoghurt was blijven hangen. Ach, dat is natuurlijk verbeelding, besloot ik vast te stellen. En daarna heb ik er geen moment meer aan gedacht. 

De avond erna ging ik op diezelfde plek onder de pergola kijken naar Engeland-Schotland. Ik zette m’n bak koffie op het tafeltje naast me en m’n oog viel op een groen-witte klodder in het gras onder dat tafeltje.

Shit!

zondag 6 juni 2021

Grotere doelen en groener gras

Dat volgende week het EK Voetbal 2020 begint is te merken aan de Oranje-acties op tv. En dan doel ik op wanstaltige reclames als die van de Lidl en Albert Heijn, die Jumbo-oorwurm van de Snollebollekes (naar links... naar rechts) en grappige Staatsloterij-sentimenten met Van Basten en Kieft, die de voetballers van 2021 alvast laten zien hoe je een EK wint en viert. 

Of dat winnen lukt is maar de vraag. Vandaag speelden ze een redelijke oefenwedstrijd tegen Georgië, maar naar de wedstrijd tegen de Schotten van een paar dagen terug was zo slecht te kijken dat mijn vader dacht dat het aan het tv-tje lag waarop hij vaak voetbal of darts kijkt. Prompt besloot hij een nieuwe en grotere te kopen. Daar is natuurlijk best wat voor te zeggen. Op een groter scherm is het doel hoger en breder dus schieten ze minder vaak naast of over! En het maakt het voor Van Gerven ook wat gemakkelijker om onehundred-and-eighty te gooien.

Dus toog ik vanmiddag met m’n ouders naar de MediaMarkt, waar enorme televisieschermen met felle kleuren ons al van verre wenkten. Felle, uitnodigende kleuren. En weet je wat het grappige is? Als je dan - gelokt door die kleuren - een tv koopt wordt gevraagd of je extra wil betalen om die kleuren minder aantrekkelijk te laten zijn! Kalibreren noemen ze het. Misschien gaan bakker het binnenkort ook wel doen! Wanneer je in de vitrine een mooie taart van 10 euro, met een heerlijke dot slagroom en chocolaatjes erop uitkiest, adviseert de bakker je om hem de slagroom en chocolaatjes eraf te laten halen en dat dat je slechts 3 euro extra kost...

Nadat we besloten de tv ongekalibreed mee te nemen (waarbij we het risico liepen dat iedereen op straat ons raar zou aankijken) werd ons ook nog gevraagd of we van energieleverancier wilden veranderen en werden we nog aangesproken door een meneer van Ziggo met een aantrekkelijk aanbod. Het was ons duidelijk dat de corona-crisis op z’n eind loopt, dat de winkels weer open zijn en dat er geld verdiend moet worden!

En een EK Voetbal is daar een mooie gelegenheid voor. Als Oranje straks op tv is kunnen degenen die naast m’n ouders wonen in ieder geval met recht zeggen dat het gras bij de buren groener is.

zondag 23 mei 2021

Het centrum

Als 19-jarige reisde ik per trein naar Rotterdam voor een sollicitatiegesprek bij de gemeente. Hoewel m'n geboortestad Dordrecht op een steenworp afstand ligt van Rotterdam kende ik die grote stad nauwelijks. Dus toen ik het Centraal Station van destijds uitliep vroeg ik me af waar ik was beland.

Aan de overkant van een brede weg zag ik een hertenkamp en links van me was een soort park met wat kleine gebouwtjes en in de verte zag ik boven de bomen een grijs gebouw uitsteken met het Shell-logo. Was dit nou het centrum van de tweede stad van Nederland? En welke kant moest ik in godsnaam op?

Ik besloot de brede weg over te steken en liep langs het hertenkamp naar een plein met grote, ondiepe waterbassins. Vlakbij een gebouw waar 'De Doelen' op stond - een naam die me wel bekend voorkwam - stond een grote frietkraam. Ik vroeg de fritesbakker waar het stadhuis was en hij antwoordde dat ik de winkelstraat moest inlopen waar ik nu met m'n rug naartoe stond en dat ik aan het eind ervan het stadhuis vanzelf zou vinden.

Het waren andere tijden. Sinds het bombardement van 40 jaar voor mijn sollicitatiegesprek was men flink aan de slag gegaan met de wederopbouw, maar het lukte daarbij niet om een gezellig uitgaans-centrum te creëren. Op weg naar het stadhuis liep ik door een van de modernste winkelgebieden in Europa, maar echt bezienswaardig en voor toeristen aantrekkelijk was Rotterdam niet. Vooral na werktijd en 's avonds kon je in het centrum een kanon afschieten zonder iemand te raken.

Nadat Duncan Laurence in 2019 het Eurovisie Songfestival won en Rotterdam werd aangewezen als organisator in 2020 was er dé kans om de wereld te laten zien dat er de laatste tijd veel is veranderd. En toen de corona-pandemie roet in het eten gooide volgde dit jaar gelukkig een herkansing. Afgelopen week was het Songfestival, met weer 6500 uitzinnige mensen op de tribunes en de toepasselijke slogan 'open up', hét signaal dat ons leven weer wat 'gewoner' gaat worden. En wat zag de wereld geweldige beelden van 'Manhattan aan de Maas'. Vooral de oud-winnaars die optraden vanaf daken van bekende gebouwen en de Erasmusbrug die met orkest en al Ahoy werd ingeschoven maakten indruk.

Ik had geen kaartjes voor het festival, maar ben wel even naar Ahoy gefietst om toch wat plaatjes te schieten en sfeer te proeven. En die sfeer hield ik lang vast op de terugweg omdat de route vanaf Ahoy naar het centrum letterlijk vol hing met kleurrijke teksten van songfestival-winnaars. Rotterdam heeft vandaag de dag niet alleen een centrum, het wás deze week het centrum van de muziekwereld! 

Terwijl ik over de Erasmusbrug fietste, tussen alle songfestivalteksten door, reed ik over een sticker met 'Proloog Tour de France 3 juli 2010', die destijds als herinnering daaraan is aangebracht. Over drie of vier jaar is Rotterdam waarschijnlijk wéér de stad waar de tour begint! Nu al zin in!

zondag 9 mei 2021

Krijg nou wat!

Nog voordat bij ons de brieven op de deurmat vielen met de mededeling dat we een afspraak mogen maken om het vaccin tegen Covid-19 te halen kreeg ik een tip van Rob dat mensen die geboren zijn in 1961 die afspraak konden gaan maken. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen en heel vlotjes regelde ik dat Wilma en ik de Pfizer-prik krijgen. Komende donderdag zijn we aan de beurt!

Het gaat nog wennen, die prikken. Want de kans is aanwezig dat het een jaarlijks terugkerend fenomeen wordt. Net als de griepprik, die ik het afgelopen najaar voor het eerst ben gaan halen. Daarvoor was het heel lang geleden dat mij een vaccin is toegediend. Want wat zou daarvoor de laatste keer zijn geweest? vroeg ik me af. Ach ja, toen ik in militaire dienst ging natuurlijk! Ineens zag ik weer het beeld voor me van die eerste dag in de Generaal Spoorkazerne in Tilburg. Net als mijn lotgenoten had ik eerst mijn twee zware plunjebalen moeten ophalen, waarna we ons militaire uniform moesten aantrekken om in de aula toegegild te worden door een man met een aantal goudkleurige strepen en sterren op zijn schouders dat ons leven vanaf dat moment nooit meer hetzelfde zou zijn. 

En nadat we van die schrik bekomen waren moesten we onze beide armen ontbloten om in een lange rij een hal in te lopen zodat je daar tegelijkertijd in je linker- en rechterarm een prik werd toegediend. Eén prik tegen D.T.P. en één tegen typhus. 

Militaire dienst; dat is inmiddels een lange tijd geleden. Ik pakte zojuist m'n militaire paspoort van destijds, keek op de pagina 'geneeskundige gegevens' en wilde bijna hardop 'krijg nou de...' euh 'krijg nou wat!' gillen. Ik kreeg die vaccins op 14 mei 1981. Veertig jaar min één dag voor donderdag a.s.; de dag dat ik het Covid-vaccin ontvang!

En ik hoop dat nadat we straks ook onze tweede prik hebben gehad het leven juist wél weer een beetje hetzelfde zal zijn als voorheen. Donderdag moeten we ons voor die eerste prik melden op de parkeerplaats naast het SS Rotterdam; het stoomschip waarop in het verleden veel mensen vertrokken naar Amerika. Naar het land van onbegrensde mogelijkheden. Naar het land van de vrijheid! 

Ik vind dat mooie symboliek. Want dankzij het vaccin is er straks weer veel meer mogelijk en krijgen we onze vrijheid terug!

zondag 25 april 2021

Veertien jaar verder

Toen ik veertien jaar en één dag geleden m’n eerste stukje schreef op deze blog was ik de dag ervoor 46 jaar geworden. Dat betekent dat ik nu sinds twee dagen moet wennen aan het feit dat m’n leeftijd begint met het cijfer zes... En dat lukt niet echt, kan ik meedelen!

Ik maak wat grapjes om aan het idee te wennen (categorie ‘niet slecht toch voor een man van zestig?’) en mijn huisgenoten doen daar fanatiek aan mee (categorie ‘maar dat snap je vast niet, want de bent al zestig), maar toch wil het besef maar niet echt beklijven.

Om tot rust te komen van alle beslommeringen (kijk, zo’n zinnetje past prima bij een zestig-jarige) hebben we dit weekend een huisje gehuurd in Droompark De Zandeling bij het Veluwse Otterlo. Ik tik dit stukje op ons nu zonnige maar vaak nog frisse terras, hoor allerlei vogeltjes fluiten en geniet van het groen in de omgeving. Hier vanaf het park loop je zo het bos in en de heidevelden op. Heerlijk; die mooie vergezichten en al het ontluikende groen doen een mens goed. 

Omdat ons verblijf in de natuur zo bevalt, staat zelfs het boodschappen doen in het teken ervan. Dat doen  we namelijk bij SPAR. Over oud gesproken, de supermarkt met die groene naaldboom als logo is al 89 jaar oud (las ik net op Wikipedia). Maar ja, anders dan mensen hebben dennensoorten het voordeel dat het altijd groentjes blijven.



zondag 11 april 2021

Don't you forget

Op NPO2 Extra kijk ik regelmatig naar programma's van 'popprofessor' Leo Blokhuis over artiesten en muziekrages van vroeger. Deze week zag ik daarbij een liveoptreden van Simple Minds in Ahoy uit 1984 langskomen. Op dat moment schoot me te binnen dat anderen me een poos terug vertelden dat ik dat concert destijds met hen had bijgewoond. Maar ik kon me echt niet meer herinneren dat ik de band die nota bene 'Don't you forget about me' zong ooit live had gezien. Gek toch, want ik was fan en kocht de elpees van de mannen die destijds wedijverden met U2. Ook van concerten van Spandau Ballet en Joe Jackson in datzelfde Ahoy stond me weinig tot niets meer bij, hoewel me verzekerd werd dat ik er écht was geweest...

Stadionconcerten in De Kuip van The Rolling Stones, David Bowie en Michael Jackson staan in m'n geheugen gegrift, al zijn die ook meer dan 35 jaar geleden. Maar bovengenoemde Ahoy-bezoeken waren blijkbaar (te) ver weggezakt.

Ik zette de tv op pauze en tikte op m'n iPad 'Simple Minds Ahoy Rotterdam 1984', waarna Google me liet zien dat die optredens op 31 maart en 1 april hadden plaatsgevonden. Uit m'n bureau pakte ik m'n agenda van dat jaar (ik bewaarde m'n agenda's toen nog) en zag inderdaad dat ik bij 1 april (geen geintje) met grote letters 'SIMPLE MINDS en CHINA CRISES in AHOY' had geschreven. China Crisis ook? Daar heb ik ook nog de LP met het mooie 'Wishful thinking' van op zolder staan... Meteen erna googelde ik Spandau Ballet en Joe Jackson en het bovenstaande herhaalde zich. Op 28 januari 1985 en 21 mei 1986 had ik die concerten toch echt bijgewoond.

Bijzonder is wel dat ik bij mezelf nu toch een soort napret ontwaarde van iets dat ik me eigenlijk niet herinner. Wel weet ik nog dat ik met Wilma en m'n zus en zwager naar Stevie Wonder in Ahoy ben gegaan (zojuist even opgezocht: 30 april 1989). En heel bijzonder vond ik het openlucht-concert dat Vangelis op 18 juni 1991 gaf aan de oever van de Maas. Met m'n broer stond ik (tussen duizenden anderen) op het Noordereiland, recht tegenover het enorme podium en de spectaculaire lazer- en vuurwerkshow op de skyline van Rotterdam. Of de muziek helemaal live was durf ik te betwijfelen, maar wát een show was dat!

Het is onmogelijk om die niet te herinneren, zelfs voor een simpele ziel...


zondag 28 maart 2021

Ons roetmonster

Ik werk inmiddels een jaar thuis, zoals zoveel mensen. Wie had dat gedacht, toen we in maart 2020 hals over kop het kantoorpand moesten verlaten? Na een paar weken (hooguit maanden) zouden we ons oude leventje toch wel weer kunnen oppakken? We weten inmiddels beter... 

Maar goed ‘het einde van de tunnel is in zicht’ zeggen de deskundigen. Maar omdat we zo langzaam door die tunnel rijden hebben we voorlopig nog te maken met lockdowns, avondklokken, anderhalve meters en mondkapjes. 

Al schrijvende zie ik ineens weer voor me hoe Wilma en ik meer dan dertig jaar terug tergend langzaam reden in die lange tunnel in Lyon. Het zweet stond op m'n (destijds nog wat minder hoge) voorhoofd en in de achteruitkijkspiegel zag ik dat de mensen in de auto achter ons sjaaltjes voor hun mond hielden. 

Wat was het geval? Die morgen waren we vertrokken vanaf camping 'Les Prairies de la Mer' aan de baai van Saint Tropez. We waren daar met m'n ouders, maar gingen een week eerder richting huis dan zij. We gingen immers een maand erna trouwen en wilden centimes overhouden om tijdens onze wittebroodsweken Frankrijk nóg een keer aan te doen (noemen ze dat daar misschien croissant-weken?).

Maar vrij snel na ons vertrek begon de auto te stotteren, sloeg de motor een paar keer af en kostte het telkens meer moeite om ‘m weer aan de praat te krijgen. Ergens ter hoogte van Avignon zette ik onze rode Mazda 323 op de vluchtstrook en regelden we een hulpdienst. Die kon ons ook niet verder helpen en omdat de garages dicht waren besloten we toch maar - zo goed en kwaad als het ging - de verdere reis naar het noorden te vervolgen. Gaandeweg vond ik een manier waarop de motor bleef lopen, met als enige nadeel dat onze uitlaat standaard een flinke roetpluim uitbraakte. Ook tijdens ons filerijden in de tunnel van Lyon! Volgens mij was onze terugrit van destijds de aanleiding om deze weg door Frankrijk de 'Autoroet du Soleil' te gaan noemen...

Wonder boven wonder lukte het ons om ‘s avonds aan te komen bij een camping in het Noordfranse Langres. Prompt sloeg net vóór de camping-ingang de motor af en kreeg ik ‘m niet meer aan de praat. Na dat bij de receptie te hebben gemeld hebben we onze roet-Mazda naar het eerste nog vrije plekje op de camping geduwd. We zetten de tent op en spraken onze camping-buurman, die automonteur bleek te zijn en met wat kunst- en vliegwerk het manquement van onze voiture wist te verhelpen. Zo konden we de volgende ochtend gelukkig de thuisrit maken.

Ach ja, mensen maakten nog wel ‘ns wat mee, in de tijd dat ze nog konden reizen. De tijd dat we de avondklok associeerden we met de Tweede Wereldoorlog en we mondkapjes raar vonden en alleen van het straatbeeld van Azië kenden vanwege de luchtkwaliteit. Die mensen in de auto achter ons in de Lyon-tunnel hadden ze wel kunnen gebruiken. Al was een gasmasker nóg handiger geweest...

zondag 14 maart 2021

Robot als telefoon

Tijdens mijn hardlooprondje luisterde ik via Spotify naar het album ‘Time’ van the Electric Light Orchestra. 'Mister Blue Sky' van de beroemde dubbel-elpee 'Out of the Blue' neuriet iedereen mee, maar op Time staan minder bekende nummers. Alleen het begin van 'Here is the News' kennen we van de VPRO-leader. Toch is het mijn favoriete ELO-album!

Time verscheen in 1981, ver voordat we tijdens een hardlooprondje muziek konden luisteren op een smartphone. Sowieso ver voor de draagbare telefoon. Zelfs die gouwe ouwe walkman was er pas net. Maar het nu exact 40-jarige album gaat over de toekomst en bevat opvallende teksten. 

Het nummer ‘Yours truly’ gaat over iemand die vanuit 2095 een brief stuurt naar 1981. Daarin schrijft hij dat hij een IBM-robot met een IQ van 1001 heeft ontmoet, die verrekte handig is omdat hij haar ook als telefoon kan gebruiken. Ik weet nog dat ik dat destijds grappig vond; een robot die ook een telefoon is. Terwijl ik verder jogde bedacht ik me dat het 40 jaar later precies andersom lijkt te zijn. Onze telefoons zijn veel slimmer dan we destijds van een gemiddelde robot verwachtten. 

Lang leve de techniek, al is die niet overál de oplossing voor. De man uit 2095 schrijft over zijn robot 'She's programmed to be very nice, but she's as cold as ice whenever I get to near'. Dat deed me denken aan de zorgrobots die tijdens deze afstandelijke corona-periode in verzorgingstehuizen het aanspreekpunt van de bewoners zijn. Nu we raketten naar ver weg sturen (naar de maan en zelfs naar Mars) lijkt contact met de mensen dichtbij steeds meer in het gedrang te komen. 

Terwijl ik me dat allemaal liep te bedenken begon het volgende nummer: 'Ticket to the Moon'. En wat hoorde ik het Elektrische Lichtorkest zingen?

'I've got a ticket to the moon, but I'd rather see the sunrise in your eyes...'

Dat bedoel ik dus!

zondag 28 februari 2021

Aandacht en vriendelijkheid

Vorige week vergezelde ik m'n ouders, die hun vaccinatie konden halen. Onderweg naar de Dordtse sporthal DeetosSnel waren we nieuwsgierig naar hoe het een en ander daar geregeld zou zijn. Want als je de critici moet geloven en je op krantenberichten vertrouwt lijkt het wel of we dit soort zaken in Nederland niet zouden kunnen organiseren. We begonnen te laat, het tempo lag niet hoog genoeg, we kregen te weinig AstraZenica-vaccins geleverd, iemand die zich wilde laten testen werd per abuis gevaccineerd, en ga zo maar door.

Maar al gauw werd ons duidelijk dat het toedienen van de vaccins goed was georganiseerd. Misschien wel té goed. Bij het oprijden van de bijna lege en dus zeer overzichtelijke parkeerplaats stuitten we op allerlei zeer bereidwillige vrijwilligers in oranje hesjes die ons naar een van de vele vrije parkeerplaatsen loodsten. Ook nadat we waren uitgestapt deed iedereen zijn best om ons zo vlot mogelijk en ongeschonden de sporthal te laten bereiken. Ik heb het idee dat wanneer we niet in een anderhalvemeter-samenleving hadden gezeten, ze ons met z'n allen naar de ingang van het gebouw hadden gedragen. Nu stond er elke paar meter iemand vriendelijk te wijzen naar de voordeur. Daar werden we opgewacht door een meneer die controleerde of we alle benodigde papieren bij ons hadden, waarna hij ons doorstuurde naar een loket, waar we ze mochten laten zien. 

Alsof we onderweg waren naar een spannende Efteling-attractie (die op dit moment niet druk bezocht werd) zigzagden we ons richting een dokter die de papieren checkte en ons naar een ruimte stuurde waar enkele mensen ons opwachtten om de prikken te zetten. Dat was zo gepiept en daarna moesten we een kwartiertje plaatsnemen in een wachtruimte, om te bezien of de prik geen nare reacties gaf. Dat bleek gelukkig niet zo, waarna buiten de bevlogen verkeersregelaars ons gelukkig weer richting de juiste auto wisten te sturen.

Weer in de auto richting huis moesten we eigenlijk een beetje bijkomen van de overdaad aan aandacht en vriendelijkheid van al die mensen. Het is natuurlijk hartstikke goed, maar juist in deze lockdown-tijd zijn we dat niet zo gewend. Ik vertelde dat het me deed denken aan mijn bezoek aan Japan van vele jaren terug. Destijds werd ik na enkele dagen doodmoe van al die glimlachende mensen die deuren voor me openhielden en almaar vroegen hoe het met me ging. Ik weet nog dat ik aan het eind van de week letterlijk zere kaken had van het de hele tijd glimlachen, knikken en buigen naar iedereen.

Maar nogmaals: hartstikke fijn dat het prikken van de ouderen zo goed is georganiseerd, met een portie aandacht die te vergelijken is met een bezoek aan een land aan de andere kant van de wereld. En deze aandacht is helemaal gratis, in tegenstelling tot een vliegreis naar Japan. Want die heb je niet voor een prikkie!

zondag 14 februari 2021

Schaatsherinnering

 'Hey Marco, heb je zin om morgen mee te gaan schaatsen?' appte m'n zus me gisteren, vrij kort nadat ik van het ijs op de vijver vlakbij ons huis was gestapt met een pijnlijke voet. Het uitstekende botje aan de buitenkant van m'n enkel was beurs door het harde kunststof frame dat aan de buitenkant van m'n schaatsschoen zit. Nooit eerder last van gehad, maar nu dus ineens wel.

Maar nu het eindelijk weer eens zo ver is dat we kunnen schaatsen op natuurijs en het in het begin van deze week zelfs ging over schaatsers die hoopten dit jaar misschien wel het allerlaatste Elfstedenkruisje te kunnen halen wilde ik niet verstek laten gaan. Misschien kon ik bijvoorbeeld met een opgevouwen sok aan de zijkant in m'n schoen de druk op m'n enkel verminderen.

Toen ik bij m'n zus thuis was aangekomen had zij een ander idee. Ze liep weg en kwam even later terug met een paar van die vrolijk gekleurde kleine plastic zakjes die het andere geslacht veelal bij zich heeft voor het geval er sprake is van kleine ongemakjes. Samen grapten we dat we nooit hadden vermoed dat ik daar ooit nog eens om verlegen zou zitten...

M'n zwager reed ons naar een geweldige schaatsplek: het riviertje Het Waaltje in Hendrik-Ido-Ambacht. En nadat ik toch maar in eerste instantie die gevouwen sok in m'n schaatsschoen stopte schaatsten we kilometers lang door een typisch Nederlands winter-tafereel. We passeerden fraaie rietkragen, mooie tuinen en huizen, af en toe een groot wak vol eenden en hoentjes en vooral veel mensen die zich vermaakten. De opgevouwen sok deed wat hij moest doen, de temperatuur was boven nul, het was windstil en er scheen een vaal zonnetje. Het was genieten! 

Eind van de middag kwam ik, na een bezoek aan m'n ouders, weer thuis en graaide ik naar m'n huissleutels. Maar wat voelde ik nou voor raars in m'n jaszak? Ach natuurlijk, mijn herinnering aan mijn langste schaatstocht uit 2021! 

Nee, een Elfstedenkruisje zal er wel nooit van komen, maar ik heb sinds vandaag wél een inlegkruisje!

zondag 31 januari 2021

Mezelf niet

Tot een klein jaar geleden bracht mijn werk me op allerlei plaatsen. Natuurlijk was ik het meest te vinden op mijn werkplek in Rotterdam, maar vaak bracht ik dagdelen door in Schiedam en met enige regelmaat bracht ik bezoekjes aan bijvoorbeeld Den Haag, Utrecht of Breda. Dankzij het Europese forum waarvan ik lid ben bezocht ik door de jaren heen allerlei Europese steden, van Athene tot Stockholm en van Helsinki tot Palermo. En het geven van een presentatie tijdens het Milieucongres in het Japanse Osaka was toch wel het meest bijzonder!

Hoe anders is dat nu! Vrijwel al m'n werkzaamheden en contacten voltrekken zich op het schermpje van m'n thuiswerkplek. De wereld is heel klein geworden, al mogen we nog 'blij' zijn dat de pandemie zich niet pakweg een kwart eeuw geleden voltrok. Hoe hadden mensen met administratieve functies hun werk destijds in vredesnaam moeten doen zonder internet, zonder email, zonder MS Teams of Zoom?

Want dankzij de hedendaagse technologie is het meeste werk prima te doen. Vanaf m'n thuisplek overleg ik met ik weet niet hoeveel mensen. Wel hoor en lees ik vaak de terechte opmerking dat het informele, sociale contact veel minder plaatsvindt. Dat er geen recepties zijn om je netwerk te onderhouden of te verbreden en geen toevallige ontmoetingen bij de koffieautomaat (die regelmatig heel nuttig blijken) en dat je niet even een collega op z'n schouder kan tikken om iets te vragen.

Op dat laatste hebben we in ons team de afgelopen week iets gevonden. Nu we allemaal over twee beeldschermen beschikken kunnen we af en toe ook onze camera's aanzetten op momenten dat we elkaar niets te zeggen hebben. Zo samen voelt het werk minder saai. Allemaal hebben we als achtergrondje een foto van de etage waar we tot vorig jaar werkten, dus wanneer ik dan vanaf m'n 'werkscherm' opzij kijk naar het scherm met mijn werkende collega's voelt dat heel vertrouwd. De koptelefoons leggen we op onze schouder en als we elkaar roepen horen we dat. Dát hadden we veel eerder moeten doen!

Al langer heb ik wekelijks met m'n collega's een digitaal koffie-halfuurtje, waarin we proberen het niet (te veel) over werk te hebben. Vaak is het dan een moment om wat ongein uit te halen. Onze jongste telg wist ons vorige keer bijvoorbeeld in een handomdraai niet achter een bureau maar in een koraalrif te plaatsen. Het voelde alsof ik meespeelde in 'Op zoek naar Nemo'!

De organisatoren van de nieuwjaarsreceptie van onze organisatie waren dit jaar ook creatief, omdat deze bijeenkomst niet in het WTC-gebouw kon plaatsvinden, maar 'virtueel' was. Na wat toespraken en een korte film kon iedereen voor zichzelf een avatar (poppetje) selecteren om daarna op het laptopscherm door digitaal Rotterdam te lopen en daar collega's tegen te komen. Ikzelf koos in de gauwigheid voor een vos als avatar en stapte zo een Rotterdams plein op. 'Hé Marco', hoorde ik ineens achter me, en toen ik me omdraaide zag ik een collega die moest lachen om m'n grote rode staart. Ik had nooit gedacht dat ik dát ooit nog zou mogen beleven!

Eerst Nemo en nu een vos... Geen wonder dat 'ik ben mezelf niet of al die jaren nooit geweest' de laatste tijd almaar in m'n hoofd zit.

zondag 17 januari 2021

Ff een dingetje

Bastiaan kwam de keuken in en zei grappend met een rare stem 'a fork, a fork, a fork' omdat hij een vork nodig had om de kat eten (uit blik) te geven. Als vanzelf haakte ik erop in met 'a knife, a fork, a vodka and a corck, that's the way we spell New York!', waarna ik raar werd aangekeken.

Ik vertelde dat die wat merkwaardige tekst uit de hit ‘Cocaine in my Brain’ van ene Dillinger uit halverwege de jaren zeventig kwam. Tja, als het om muziek gaat heb ik wel vaker dat ik soms de neiging heb om me te gedragen als 'pop-professor' Leo Blokhuis, omdat ik het blijkbaar belangrijk vind om de generatie na ons iets van de muziekgeschiedenis mee te geven. Daarmee doel ik op muziekhelden als The Beatles, Stones, Elvis en Bowie, maar soms verlaag ik me ook tot mindere goden, zoals (met alle respect) bijvoorbeeld Dillinger.

Sterker nog: ik herinnerde me ineens weer dat van 'Cocaine in my Brain' destijds ook een Nederlandse parodie is gemaakt. 'Ik ga weg Leen (ik weet nog niet waarheen)' heette het. Maar wie was die gast ookalweer die dat zong? Eeeh... dinges, eeeh... Dingetje heette die vent!

Toen ik later op de avond op YouTube eerst op 'Cocaine in my Brain' en daarna op 'Ik ga weg Leen' klikte moest ik glimlachen om de gekkigheid en knulligheid, maar besefte ik ook dat ik met mijn muzieklesstof nu toch wel naar een zeer bedenkelijk niveau was gezakt.

En dat ik over zoiets onzinnigs ook nog een stukje schrijf is toch wel het toppunt! Alsof er geen belangrijkere zaken gebeuren in de wereld! 

Maar ja, over die belangrijke zaken worden al kranten en websites volgeschreven en vele praatprogramma's gevuld. En van het alleen maar lezen en nadenken over die zaken knapt een mens echt niet op. Zo bezien is het helemaal niet zo gek om het een keer te hebben over een bijzonder onzinnig en volstrekt onbelangrijk... dingetje.