zondag 30 november 2025

De M van...

Mijn Ebike was hoognodig aan een servicebeurt toe. Telkens wanneer ik het digitale schermpje op m'n stuur aanzette gaf hij me het seintje 'onderhoudsbeurt nodig'. Dus stapte ik deze week met de fiets aan m'n hand de fietswinkel Mantel binnen, vlakbij De Kuip.

Bij de servicebalie stond een kleine monitor waarop ik mijn naam moest intikken. Maar dat lukte, waarschijnlijk vanwege mijn koude vingers, niet meteen. Ik tikte tot twee keer toe ARC en ontdekte dat hij de M niet pakte. Maar de derde keer leek het goed te gaan, dus ik drukte op AKKOORD en nam plaats op een stoel naast een paar andere wachtende mensen.

Pas toen zag ik het scherm dat bij de balie hing, met namen van wachtende mensen. En welke naam stond er bovenaan? ARCO! Nou ja! Wat had ik nou toch aan m'n fiets hangen!? Blijkbaar was de M tóch niet blijven plakken... Maar wel fijn trouwens dat ik om een of andere reden als eerste aan de beurt was, terwijl andere mensen al langer zaten te wachten.

Even later riep een man achter de balie 'Arco'. Maar net toen ik wilde opstaan zag ik twee stoelen van me vandaan iemand anders al naar de balie lopen! Dát was Arco! Of was het misschien een naamgenoot die óók koude vingers had?

Onderaan het beeldscherm, onder een paar andere namen, zag ik nu 'MARCO' verschijnen. 'Dát zal ik dan wel zijn', dacht ik. Al checkte ik wel even of Van Basten, Bakker of Borsato niet ook zaten te wachten.



woensdag 3 juli 2024

Sport-schlemiel

Nu werd het spannend. Het stond nog steeds nul-nul. Maar daar kwam de spits van de tegenpartij op me af. Achter mij was een leeg doel, vlak voor de 23 meter hoge tribunes van het stadion. M’n tegenstander besloot me niet te passeren maar schoot de bal langs me heen. In een reflex stak ik m’n arm uit. ‘Penalty’ riep de scheids. ‘Aangeschoten’ loog ik nog, wat ook zonder VAR voor iedereen duidelijk was.

Het bovenstaande gaat over mijn debuut in De Kuip. En nee, het is géén droom en evenmin een gebeurtenis uit de jaren zeventig of tachtig, toen ik als beperkt getalenteerde voetballer actief was. Toen ben ik niet verder gekomen dan het hoofdveld van FC Dordrecht (toen nog DS’79) tijdens een toernooi. 

Mijn voetbaldebuut in De Kuip was vorige week. Die penalty stopte ik overigens, waarbij ik voor de zorgvuldigheid wel dien te vermelden dat ik voor zo’n klein metalen doeltje stond. En de nul vasthouden, zoals dat tegenwoordig heet, lukte helaas tot één seconde voor het eindsignaal. Vlak voor de scheids afblies mocht ik me alsnog een echte schlemiel voelen.

Met een een-nul verlies dropen we af. Ook omdat het die dag bijna 30 graden was overigens. Dat was even wennen, want tot deze dag haalden we de dertig graden nog niet eens wanneer we de ochtend-, middag- en nachttemperatuur bij elkaar zouden optellen. Dankzij de tribunes was er nauwelijks wind en recht boven ons stond de zon onverbiddelijk te branden. Met ‘ons’ bedoel ik de ongeveer 900 collega’s met wie mijn team (dat we de weinig ambitieuze naam ‘Spek en Bonen’ hadden gegeven) deelnam aan een sportdag. Naast voetbal sloofden we ons uit met onder meer hockey, volleybal en trefbal, maar voelden we ons ook niet te groot voor bijvoorbeeld zaklopen, touwtrekken, katapult-schieten, voetbal-darts en rennen-vliegen-vallen-duiken en weer opstaan in een opblaas-hindernisbaan. 


De prijsuitreiking hebben we gemist, maar eeh… het organisatiecomité heeft ons vast niet gemist. We hebben onze naam eer aan gedaan, zal ik maar zeggen. Team Spek en Bonen was wél present bij de Barbecue, om de vandaag verloren calorieën weer aan te vullen. Op een groot scherm werd de EK-wedstrijd Nederland-Oostenrijk getoond. Ik nam een hap van m’n bratwurst, keek naar het geschutter van Oranje op dat Duitse voetbalveld en voelde me zélf absoluut geen schlemiel meer.




zondag 31 maart 2024

De Dordtse dansschool

Tijdens het opruimen van de vliering stuitte ik op een oude geldkistje van me. Wat had ik hier ook alweer ooit ingestopt? Aan de Franse francs, Spaanse peseta's en Italiaans lires die ik op de bodem vond heb ik niet veel meer. Maar ik zag ook een klein donkergroen plastic mapje. Wat voor waardevols kon dat nou zijn..?

Ik vouwde het open en zag dat dit de tastbare herinnering was aan mijn moves op de dansvloer in dezelfde tijd dat John Travolta die zaterdagnacht koortsig onveilig maakte. Het waren de stempelkaarten van mijn lessen stijldansen. En op het plastic hoesje had ik m’n bronzen ‘afdans-speldjes’ geprikt. Meteen gingen m'n gedachten terug naar dansschool Van der Teen aan het Dordtse Bagijnhof. In de tijd dat disco hoogtij vierde deed ik avonden lang m’n best om quick-quick en vooral slow stijldansen onder de (niet al te lenige) knie te krijgen.

Als ik het me goed herinner hadden mijn zus Nicole en nicht Miriam hun ouders zó enthousiast gekregen voor het op dansles mogen, dat mij neef René en ik zo ongeveer verplicht werden om mee te gaan. Maar na een paar weken gingen wij jongens op een andere avond naar de dansschool dan onze vrouwelijke familieleden. Vooral daarom is het achteraf bezien een wonder dat we het tot een dansdiploma schopten. Ik zie me nog zó als vijftienjarig jochie, met hartslag 180, naar de tegen de muren geplaatste bankjes lopen om een meisje ten dans te vragen.


Het afdansen zélf was niet in de dansschool, maar in een grote hal op een Dordts industrieterrein. Achter een tafeltje zat de jury die de danskoppels moest beoordelen. Ik danste al een tijdje met Sylvia, de oudere zus van een klasgenote van me. Dat klinkt eigenlijk best wel stoer, besef ik nu. Dankzij het papiertje met nummer dat achterop m’n jasje was gespeld kon de jury zien dat we keurig alle pasjes van de foxtrot, cha-cha-cha, quick step en Engelse wals deden, zoals we dat tijdens de lesavonden hadden geleerd. Met dus de bronzen speldjes als gevolg.

Er was overigens één lesavond geweest dat de andere duo's op de dansvloer een aantal nieuwe pasjes hadden moeten improviseren. Die avond was ik namelijk met mijn hand in de kralenketting van Sylvia blijven haken, waardoor die brak en tientallen houten balletjes alle kanten op stuiterden. Ook wijzelf gebruikten ons improvisatietalent, kruipend over de dansvloer om alle kralen weer te verzamelen.


zondag 24 maart 2024

Twee jaar verder

Vijftien jaar lang schreef ik stukjes op deze website. Het was ooit begonnen toen Bastiaan nog klein was. Zoals ieder klein kind zei hij soms onbedoeld iets grappigs of maakte hij een 'vroeg wijze' opmerking. Onder de noemer 'die moet ik onthouden' besloot ik dat soort dingen op te schrijven, 'voor ik het vergeet'.  Tegenwoordig staat er vrijwel elke dag zo'n door (groot)ouders geschreven stukje in het AD, naast de strips.

Al gauw kreeg ik er lol in om heel gedisciplineerd elke week iets te schrijven en te plaatsen. Niet alleen over die jonge wijsneus van destijds, maar over bijvoorbeeld allerlei alledaagse dingetjes en over herinneringen aan vroeger. Bij voorkeur waren het leuke anekdotes of gaf ik er zo'n draai aan dat het een glimlach opriep. Al was het maar alleen bij mezelf, terwijl ik het opschreef. Eerder heb ik het gekscherend wel eens een soort van therapie genoemd. 

Tot precies twee jaar geleden. In maart 2022 overleed mijn neef en beste vriend René. Ik plaatste dat wat ik tijdens zijn indrukwekkende uitvaartplechtigheid had verteld op deze site en besloot te stoppen met deze blog. Maar juist het heengaan van een leeftijdgenoot waarmee je vrijwel je hele leven bent opgetrokken heeft als gevolg dat je veel herinnerd wordt aan vroeger en denkt aan het verstrijken van tijd.

Daarom besloot ik om de draad weer op te pakken. Vanaf nu plaats ik weer nieuwe stukjes op deze pagina. Volgende keer doe ik weer m'n best om dingen zo op te schrijven dat ze tot een glimlach leiden. 




zondag 27 maart 2022

Afscheid...

“Als ik weer wat meer energie heb ga ik je zeker even bellen voor een beetje afleiding”.
 
Dat waren de laatste woorden die je naar me appte. Die afleiding heb ik je helaas niet meer kunnen geven, want die energie is niet meer bij je teruggekomen. En dat terwijl we tot voor kort nog zo veel energieke dingen deden. We gingen een eind fietsen, hardlopen of wandelen. En de laatste jaren boekten we regelmatig een squashbaan. Jij was trouwens veel beter dan ik met squashen. Slechts af en toe won ik ook een potje en had ik het idee dat jij ook je uiterste best had gedaan. 

We combineerden onze sportieve inspanningen altijd met een of meer drankjes op en terras of in een sportkantine. De laatste jaren zagen we elkaar niet meer zo vaak als vroeger, maar ons contact was nog altijd even fijn en waardevol. En gespreksstof hadden we genoeg. Het ging over voetbal, muziek, werk, onze gezinnetjes en onze familie. En ondertussen losten we 1,2,3 ook nog een aantal wereldproblemen op… 

En we spraken over vroeger… 

Want ik zei net dat we elkaar de laatste jaren minder vaak zagen, maar dat is ook vrij logisch. Een kwart eeuw lang zagen we elkaar namelijk vrijwel elke dag! Omdat we als neven maar drie dagen schelen trokken we van jongs af aan al met elkaar op. 

We gingen naar dezelfde school en tijdens zomerse weekends troffen we elkaar op camping Hoeven in Brabant, waar de stacaravans van onze ouders naast elkaar stonden. Lange zomers leken het, en van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat waren we op het voetvalveld of in het zwembad te vinden. 

Óf we zaten met onze cassetterecordertjes muziek te luisteren en DJ te spelen. Want muziek was onze gezamenlijke passie. Later begonnen we een illegale radiozender, die een paar avonden in de week in Dordrecht en omstreken te beluisteren was. Ik vond het vooral leuk om diskjockey te spelen, maar jij zat ook uren aan de zender zelf te sleutelen zodat we een goed en ver bereik hadden. We draaiden de betere pop- en discomuziek (vonden we) en inspiratie deden we op tijdens de vele stapavonden met onze vriendengroep. 

Soms zagen we elkaar de ochtend ná het stappen alweer op het voetbalveld, in het gezelschap van een flinke kater. We speelden bij DFC aan de Dordtse Krommedijk. Ooit begonnen we daar als zevenjarige broekies in een elftal samen met een jochie, wiens naam vandaag de dag tot Gijp is afgekort. Die had niet alleen een veel grotere mond dan wij, hij was ook beter. Toen hij in het Nederlands elftal speelde zaten wij op niveau bierelftal. Maar, het moet gezegd: jij was een verdomd snelle rechtsbuiten! 

Op een gegeven moment hadden we het geluk dat onze ouders besloten om in de zomervakantie met hun gezinnetjes naar Zuid-Europa te reizen met een vouwcaravan of caravan. Heerlijke vakanties beleefden we daar. Toen we twintig waren trokken we er ’s zomers met z’n tweetjes op uit met mijn oude Ford Taunus, die we in die vakantie helemaal naar de Filistijnen reden. Figuurlijk natuurlijk, want de bestemming was Zuid Frankrijk. Ons ontbijt bestond uit Bastognekoeken en hamburgers, wat we wegspoelden met Kanterbrau. Ook kampeerden we daar een paar dagen illegaal, vlak naast een groot bord waar Camping Interdit op stond. ”Wanneer de politie komt redden we ons er wel uit” zei jij. “We zeggen gewoon dat we dachten dat dat Interdit de naam van de camping was…”. 

De zomers daarna gingen we naar Llorret de Mar. Dat waren ook geen cultuurvakanties, zal ik maar zeggen. We leefden ’s nachts en sliepen overdag op het strand onze roes uit. Eigenlijk zoals dat hoort daar. Toen ook al. En tijdens een van die vakanties kwamen we mijn maatje uit militaire dienst tegen, die daar was met een paar vrienden, waaronder Ron. Via Ron leerde je zijn zus Karin kennen en zo begon jullie leven samen. 

Gelukkig zijn we elkaar niet uit het oog verloren. En nooit viel er een onvertogen woord tussen ons. Elke keer nadat we hadden gesquashed, gefietst of met een biertje hadden bijgepraat eindigden we met “het is weer voor herháling vatbaar. We béllen!” 
Dat was ook zo toen we afgelopen zomer een rondje rondom de Leidse binnenstad hadden gelopen en daar op een terras wat hadden gedronken. Het was wéér voor herhaling vatbaar. Maar het mocht helaas niet zo zijn deze keer… 

Dank voor je vriendschap, René. Ik vergeet je nooit...! 😥

zondag 6 maart 2022

Verkeerd want omgekeerd

Ik weet dat de wereld op z'n kop staat vanwege de dramatische situatie in Oekraïne, maar misschien wel juist daarom schrijf ik een simpel stukje over mijn geklungel tijdens het boodschappen doen.

Sinds de start van de coronapandemie doe ik vaak de boodschappen in m'n eentje, liefst 's morgens vroeg voor het druk wordt. En dankzij het briefje dat Wilma de avond ervoor maakt gaat dat over het algemeen lekker snel. Wel is het zo dat ik na afloop vrijwel elke week de vraag 'wat heb je nou toch weer meegenomen?' uit de keuken hoor komen, wanneer Wilma de boodschappen uitpakt. Dan blijkt weer dat ik net niet goed genoeg heb gekeken en bijvoorbeeld een zoutarme variant van het product heb meegenomen. Of dat ik een pakje met dezelfde kleur uit het rek heb gepakt dat naast het product stond dat ik nodig had. Of ik heb een veel te grote of te kleine verpakking.

Ach, het zijn wat kleine ongemakjes in vergelijking met wat er vandaag de dag allemaal op wereldschaal gebeurt. Maar dit soort 'slordigheden' 'zitten nou eenmaal in mijn DNA. We lachen erom, of beter gezegd: Wilma blijft zich erover verbazen en ik lach erom en loop nog een keer terug naar de supermarkt om het te ruilen.

Gisteren liep ik naar een rek met bakmeel, hoewel er niets van dat rek op m'n briefje stond. Maar ik had laatst een cake gebakken en wilde nu met een appeltaart aan de (het be)slag. Ik pakte een pak van Koopmans uit het schap en haalde dat even later thuis triomfantelijk uit de tas met de mededeling dat ik 's middags ging bakken. 'Hebben we nog schenkstroop?', vroeg ik aan Wilma, omdat ik dat op de verpakking zag staan. Ze keek me verbaasd aan. Schenkstroop voor een appeltaart?

Ze pakte het pak uit m'n hand en zei dat ik weer eens niet goed had gekeken. Ik had beslag voor een Tarte Tartin gehaald; een Franse, omgekeerde appeltaart. Even dacht ik eraan om terug te gaan naar de winkel om het te ruilen. Maar daarna bedacht ik dat het zo eigenlijk wel klopt. Ik doe ook boodschappen met de Franse slag (best aardig, maar niet helemaal goed) en een omgekeerde appeltaart past helaas wel in een wereld die op z'n kop staat.

zondag 20 februari 2022

Het Was Ernst!

Afgelopen dinsdag was waarschijnlijk (in ieder geval hopelijk) de laatste persconferentie over Covid-19 op tv. Want net nadat een minister Volksgezondheid is beëdigd met een voornaam die past bij een crisis, vertelde Ernst ons dat het land van het slot afgaat. Sinds vrijdag zijn veel corona-maatregelen losgelaten en komende vrijdag gaan we nog een stap verder en is Nederland vrijwel terug bij het oude normaal. Winkels en horeca mogen weer langer open, we mogen weer meer mensen ontvangen, stadions mogen weer vol publiek, theaters en filmzalen openen de deuren weer, festivals zijn weer mogelijk. Fijn allemaal. Maar hoewel mondkapjes niet meer verplicht zijn is het advies ze wel te blijven gebruiken. Net als het advies om vaak handen te wassen, regelmatig te testen en af en toe te ventileren.

De dinsdag van de persco zelf stond bij ons thuis nog in het teken van dat nare virus. Voor Bastiaan naar het bedrijf ging waar hij stage loopt deed hij een zelftest, die na een kwartier positief bleek te zijn. Hij belde z'n stagebegeleider met de mededeling dat hij thuis bleef en maakte een afspraak om nog dezelfde dag bij de GGD te testen. In afwachting van het resultaat daarvan ging hij op z'n kamer in isolatie en meed hij ieder contact met Wilma en mij. Z'n eten zetten we voor z'n kamerdeur en na het nuttigen daarvan plaatste hij het lege bord met bestek daar weer terug. Een paar uur daarna zat ik boven voetbal te kijken, klopte Bastiaan op m'n deur en kwam hij provocerend met grote stappen op me af lopen. Eerst deinsde ik naar achter, maar al gauw werd het me duidelijk: de GGD-test was negatief!

Tot op heden heeft ons gezin de virus-dans nog ontsprongen. Maar het virus waart nog rond, ook nu het land van het slot afgaat. Sterker nog: de subvariant van de Omikron-variant met de Bassie en Adriaan-achtige naam BA.2 schijnt nog besmettelijker te zijn dan z'n eerder rondtoerende broertje.

Maar gelukkig is Omikron veel minder ziekmakend. En de natuur zelf helpt ons dezer dagen ook een handje. Nadat dinsdag bekend werd dat ons land weer open gaat heeft hebben de stormen Dudley en Eunice het advies om af en toe de boel te ventileren in het hele land in uitvoering gebracht.



zondag 6 februari 2022

Wandelmuziek

Vrijwel elke dag maak ik drie keer per dag een wandeling, eigenlijk al sinds de start van die wereldwijde gezondheidscrisis die nu bijna voorbij is met die naam die ik niet meer kan hóren... 's Morgens een wandeling van een minuut of twintig, luisterend naar een podcast over iets lichtvoetigs als voetbal, media, muziek of ongein-gedoe, tussen de middag zo'n half uur (maar soms langer) met in mijn oor iets met een serieuzere of educatievere toon en 's avonds wandelen Bastiaan en ik een langer stuk.

'Heb je zin om wat te luisteren, of niet?' was tot voor kort ongeveer de standaardvraag aan het begin van onze avondwandeling. Soms was het antwoord 'nee' en kletsten we wat tijdens het lopen, maar regelmatig ook was het antwoord 'ja'. Bastiaan luistert sowieso graag muziek en ik heb altijd wel een podcastje op m'n smartphone klaar staan. 

Maar begin december keken we naar de muziekkwis van de Top 2000 en zagen en hoorden we een stukje van de band Silk Sonic, met onder meer Bruno Mars. Dat vonden we zulke fijne muziek dat we tijdens onze wandeling op de avond erna besloten om samen - maar ieder op z'n eigen 'oortjes' - het laatste album van deze band te beluisteren. En dat beviel ons zo goed dat we er een traditie van hebben gemaakt. De ene avond laat ik m'n zoon kennis maken met een album uit de jaren zeventig of tachtig (The Wall, Rumours, A night at the opera, Bridge over troubled water etc. etc.) en de avond erna laat Bastiaan me horen hoe 'alternatieve' muziek van vandaag de dag klinkt (San Holo, Caravan Palace).

Dus denk niet meteen aan allerlei onheil als u 's avonds twee kerels zwijgend door uw straat ziet lopen en af en toe naar elkaar ziet knikken. Het betekent niet per se dat ze een open schuurdeur, een niet afgesloten auto of een niet op slot staande e-bike hebben ontdekt. De kans is groot dat ze stilletjes naar hetzelfde album luisteren en elkaar aan het eind van elk nummer laten blijken wat ze ervan vonden.


zondag 23 januari 2022

Dikke hit

In de zomer van 1978 deed ik vakantiewerk in het magazijn waaruit de bevoorrading van de SRV-wagens in de regio Zuid Holland-zuid plaatsvond. Daar werkte ook een klasgenoot van me en een vriend van hem, en die twee hadden het in de pauzes almaar over een bombastisch lied van een gezette zanger. Later bleek het om Meat Loaf te gaan en zijn 'Paradise by the Dashboardlight' werd een paar maanden later een... dikke hit! The rest is history... 

Bat out of Hell werd een van de best verkochte albums aller tijden en bovengenoemd lied over seks en ruzie tijdens een honkbalrapportage op de autoradio bleek iconisch. Twee jaar terug nog stond ik tijdens een kerst-disco van onze afdeling op deze hit te playbacken en te geinen op de dansvloer, samen met vele leeftijdgenoten.

Een paar jaar dáárvoor las ik een aankondiging van een signeersessie door Meat Loaf in de Rotterdamse Media Markt. Ik twijfelde destijds of ik zou gaan, maar besloot uiteindelijk om het niet te doen. Ik wilde immers niet teleurgesteld worden, want toen al repte de media over een in verval geraakte ster met een broze gezondheid. 

Dit weekend werd bekend dat Meat Loaf is overleden. En zoals het wel vaker gaat wanneer iemand is heengegaan: ineens stonden juist de succesverhalen van hem weer prominent in de krant. En terecht natuurlijk! Sowieso heb ik er al langer spijt van dat ik 'm destijds in de Media markt niet z'n hand heb geschud waarmee hij dat witte doekje vasthield tijdens live-optredens. Maar ach, we hebben thuis wel Bat out of Hell deel I en II in ons cd-rek staan. En 'Two out of three ain't bad'.

zondag 9 januari 2022

De rol

De afgelopen twee vrije weken heb ik thuis een experiment uitgevoerd. Een experiment met lege wc-rollen. Zoonlief heeft namelijk de gewoonte om wanneer hij het laatste stukje van een rol wc-papier gebruikt het resterende kartonnen kokertje op de grond van de badkamer te gooien; liefst vlak naast het kleine pedaalemmertje dat ervoor bedoeld is.

Tot voor kort zuchtte ik hard of vloekte ik zacht wanneer ik er weer een aantrof en gooide ik het alsnog in het pedaalemmertje. Maar een paar weken terug besloot ik een experiment te starten. Ik zou de lege rollen gewoon laten liggen en bezien bij welke hoeveelheid Bastiaan ze zélf alsnog zou opruimen. Zou hij dat bij vier rolletjes doen, of pas op het moment dat hij z’n nek over tientallen exemplaren breekt als hij de badkamer binnenstapt? Natuurlijk bracht ik Wilma op de hoogte van het experiment, ook omdat we bij het schoonmaken van de badkamer de rolletjes even moeten oppakken bij het reinigen van de vloer, maar we ze daarna weer moeten teruggooien.



Vanmorgen stapte ik de badkamer in om m’n vakantiebaardje te elimineren. Maar kijkend in de spiegel zag ik achter me een lege vloer. Nog voor ik het scheermes tegen m’n kin zette liep ik naar de huiskamer, waar vrouw en zoon waren. ‘Wilma, het experiment is geslaagd!’ zei ik. ‘Of is het nou juist mislukt?’ Eigenlijk wist ik dat niet. ‘Onze zoon heeft de lege rolletjes die op de grond lagen opgeruimd, en het waren er zes!’ Bastiaan keek op. ‘O, ja... ik dacht ik kan ze net zo goed meteen in het emmertje gooien!’

Nou, experiment geslaagd dus! Dus ik kon stoppen met het vervullen van de rol als onderzoeker. En van de pleeboy-rol.

zondag 26 december 2021

Fake News

Elk jaar weer hoop ik dat ik tijdens de vrije dagen rond kerst en de jaarwisseling tijd, zin en energie heb om dingen te doen waar ik op andere momenten niet aan toe kom. De zolder of schuur opruimen, een verfkwast ter hand nemen, de administratie op orde brengen; dat soort dingen. Maar waar het aan ligt weet ik niet (de korte dagen? het sombere weer? dit jaar ook de lockdown misschien?), er komt niet zo veel uit m'n handen.

Ik kijk wat meer tv dan normaal, ik wandel en lees. Maar veel zaken blijven weer gewoon liggen, wachtend op een periode die me meer inspireert om ze op te pakken. En dat is ook helemaal niet erg natuurlijk. Ik zie het ook bij anderen. Student Bastiaan heeft Tweede Kerstdag met Wilma een heerlijk (Italiaans) kerstdiner bereid, maar kiest er ook voor om deze dagen veel tijd onderuit-hangend door te brengen. En ook onze kat Sam luiert deze dagen nóg meer dan hij normaal gesproken al doet. 

Deze week bleek uit een onderzoek van de Universiteit Twente dat we steeds slechter blijken te kunnen lezen, onder meer omdat we met chatten vluchtige leesstrategieën gebruiken, wat ten koste gaat van het diep (dus grondig) lezen. Ikzelf lees graag een boek, maar herken het wel. Wanneer ik tijdens m'n werk uit m'n concentratie wordt gehaald door allerlei mail- en whatsapp-berichten lees ik die ook niet altijd even grondig door waardoor ik de essentie van een vraag niet goed begrijp. En vandaag bijvoorbeeld viel m'n oog op een krantenkop waarvan ik meteen dacht dat dit fake news was... 

Ik wens iedereen een gezond en energiek 2022 toe, zonder pandemie-ellende en fake news!

zondag 12 december 2021

De geschuurde schuurdeur

In de schuur in onze voortuin staat een extra vriezer en koelkast. En voor ik onze voordeur op het nachtslot doe vraag ik standaard elke avond of we nog iets uit de schuur nodig hebben. Vaak gaat het dan om brood en/of een pak melk voor de volgende dag. 

Het dicht doen en op slot draaien van de schuurdeur is een vak apart. Onze schuurdeur is namelijk nogal gevoelig. Alle weersomstandigheden die zich voordoen in Nederland (nat, warm, koud, stormachtig) hakken er nogal fors in bij hem. Heel af en toe zit hij zo losjes in de sponning dat hij spontaan open vliegt, maar het merendeel van de tijd zit hij aan verschillende kanten muurvast en krijgen we hem maar lastig open, dicht en op slot. Eigenlijk had ik ‘m al lang een keer moeten vervangen, maar ach... het is maar een schuurdeur. Dus pak ik met enige regelmaat mijn schuurmachine om ‘m weer passend te maken, wat ertoe leidt dat hij soms weer spontaan open vliegt.

Vorige week liet de deur zijn gesloten karakter weer zien en was hij nauwelijks op slot te krijgen. Dus al een paar avonden beukte ik met m’n schouder tegen hem aan, met het uit de vriezer gehaalde brood onder m’n arm, zodat ik de sleutel in het slot kon omdraaien. Tot ik er op een avond geen erg in had dat ik deze avond niet alleen brood onder m’n arm had, maar ook een pak melk. Door de beuk op de deur sprong het melkpak aan de bovenkant open en spoot er een fontein melk in mijn gezicht en over m’n kleding.

Het was gelukkig al donker, dus niemand zag het. Of hoorde ik daar een gek lachje? Het klonk in ieder geval wel zo gek als een deur...




zondag 28 november 2021

De flinke fik

Hoewel ik het liefst overdag hardloop, ren ik af en toe ook een rondje met de buurman op een doordeweekse avond. Het is dan wel zaak dat we ons goed aankleden; niet alleen extra laagjes kleding tegen de kou, maar ook reflecterende hesjes of bandjes met lichtjes om de bovenarm. 

Vorige week donderdag waren we bijna thuis toen ik dacht iets van een brandlucht te ruiken. 'Ik ruik een houtkachel', zei ik nog tegen m'n hardloopbuurman, waaraan ik toevoegde dat die dingen slecht zijn voor het milieu. We stopten pas met rennen vlak voordat we bij onze voordeuren waren en we riepen nog iets naar elkaar als 'het was weer voor herhaling vatbaar!' voordat m'n buurman bij hem naar binnen stapte. Voordat ook ik de sleutel in het slot draaide om m'n voordeur te openen realiseerde ik me dat ik nog brood moest halen uit onze extra vriezer die in de schuur in onze voortuin staat. Dus ik draaide me om en schrok enorm! Over de daken van de huizen schuin tegenover ons zag ik een enorme gitzwarte rookkolom schuin onze straat oversteken. En binnen no-time hoorde ik allerlei sirenes! Ik klopte op de deur van de buren en wees naar de rook, die al snel voor een deel oranje-rood was.

We renden nog een extra stukje, nu naar waar de rook vandaan kwam. En al snel zagen we dat het flink mis was; op het bedrijventerrein aan de overkant van de weg stond een grote hal in de fik en ook het garagebedrijf ernaast begon al vlam te vatten. In die hal stonden tientallen elektrische leenscooters, waarvan blijkbaar een accu vlam had gevat. Een dik jaar geleden was ook al eens zo'n scooter in de fik gevlogen, maar toen bleef de schade enigszins beperkt omdat deze op de stoep voor de loods stond. Maar nu was er geen houden meer aan. Ik ben weer snel naar huis gegaan om daar te waarschuwen en de ramen dicht te doen, hoewel de wind voor ons gunstig stond. Maar het leek me sowieso niet verstandig om de ramptoerist uit te hangen en naar de fik te blijven kijken.

Dus even later zaten we thuis 'gewoon' tv te kijken, terwijl we in de ramen aan de overkant van het gemeenteplantsoen waarop we uitkeken de weerspiegeling zagen van metershoge vlammen die de grote loods en het garagebedrijf ernaast inmiddels hadden doen instorten... Het was al laat toen het sein 'brand meester' werd gegeven en we de rookkolom langzaam minder zagen worden. En de volgende dag was pas goed te zien hoe de brand had huisgehouden.

Houtkachels zijn slecht voor het milieu, maar hoe zit dat met elektrische scooters?

zondag 14 november 2021

Zonder publiek

Hoewel het Nederlands elftal gisteren afging door tegen Montenegro in de laatste acht minuten een voorsprong van 2-0 weg te geven, kunnen ze zich dinsdag met een gelijkspel tegen Noorwegen plaatsen voor het WK Voetbal van volgend jaar. Wel moeten ze dat doen in een wedstrijd zonder publiek, weten we sinds de corona-persconferentie van vrijdagavond.

En dat wedstrijden zonder publiek minder fijn zijn om te spelen en veel minder aantrekkelijk om naar te kijken weten we nog goed uit vorig seizoen. Het deed me deugd dat we daar dit seizoen van verlost waren, maar nu zijn we weer (voor even?) terug bij af. Jammer hoor, want een feestje op het veld en de tribunes hoort bij plaatsing voor een groot toernooi, vind ik.

Één keer eerder plaatsten we ons eerder voor een voetbaltoernooi in een leeg stadion. Op een ijskoude dag won het Oranje met Gullit, Van Basten, Rijkaard en Koeman in het vroegere Ajax-stadion De Meer met 4-0 van Cyprus. En dat het op 9 december 1987 zo koud was weet ik nog goed omdat ik die dag toevallig aan de overkant van dat stadionnetje liep. Ik werkte bij de Rotterdamse afdeling Monumenten en we brachten met onze Amsterdamse collega’s een bezoekje aan Betondorp, het bijzondere wijkje waar Johan Cruijff was geboren en opgegroeid...



Nederland moest die wedstrijd zonder publiek spelen als straf, omdat op 28 oktober vanuit het publiek een vuurwerkbom naar de keeper van Cyprus was gegooid, waardoor de 8-0 van die avond uit de boeken werd geschrapt. Dat bom-incident vond plaats in De Kuip, het stadion dat juist deze week weer zo in de belangstelling staat nu Feyenoord zelf een bom onder de plannen voor een nieuw stadion heeft gelegd.

En zo lijkt de cirkel rond, maar hiervan kan op 18 december volgend jaar pas echt sprake zijn. Want met die publiekloze wedstrijd op 9 december 1987 plaatste Oranje zich voor het EK’88. En we weten hoe dat afliep!

zondag 31 oktober 2021

Niet passende namen

Op de vraag 'waar ben je deze herfstvakantie geweest?' kan ik zonder te liegen 'in Sint Maarten' antwoorden. Maar denk daarbij niet aan een zonnig en warm eiland in de buurt van Midden-Amerika, maar aan een klein dorpje in de kop van Noord Holland. We waren er op bezoek bij een nicht van Wilma, omdat we een paar dagen in een hotelletje in het nabijgelegen Bergen verbleven. Bergen; eigenlijk ook zo'n plaatsnaam die je in eerste instantie niet met ons platte polderlandje associeert. Vreemd toch dat we het ooit blijkbaar logisch vonden om dorpjes of steden namen als Bergen op Zoom of Bergen aan Zee te geven? En dit fenomeen doet zich trouwens ook voor bij Nederlandse achternamen. Bekende Nederlandse voetballers? Vroeger Dennis Bergkamp en vandaag de dag spelen Steven Berghuis en Steven Bergwijn in Oranje. Aanvoerder Virgil van Dijk heeft tenminste een achternaam die wél bij Nederland past!

Dat we precies in onze herfstvakantie de overgang van de nazomer naar de herfst meemaakten was trouwens ook zeer gepast. De eerste dag slenterden we nog langs goed gevulde terrassen in zonnig Egmond, maar de dagen erna moesten we schuilen in Alkmaarse horecagelegenheden en winkels, konden we uitwaaien op de Hondsbossche Zeewering en hoorden we regen kletsen op ons hotelraam.

Ons hotel heette overigens 'Heerlijkheid' en dat is helaas weer een voorbeeld van een naam die niet past. want we hebben ons 'heerlijk' vermaakt hoor, maar dat was niet dankzij maar ondanks het hotel. Toen ik op de dag van aankomst de douche opendraaide kwam ik er - na voor de zekerheid een poos te hebben gewacht - achter dat we geen warm water hadden. Nadat we daar om een uur of vijf melding van maakten vroegen we meteen in het bij het hotel behorende restaurant of we voor vanavond een tafel konden reserveren. Dat was niet nodig, werd ons verteld. Want het was rustig. Maar toen we anderhalf uur later het restaurant binnenstapten was er geen tafel meer vrij, dus moesten we op zoek naar een andere eetgelegenheid in het dorp. En dan was er ook nog een lekkende radiator naast het bed, met als gevolg dat een deel van Wilma's dekbed in de loop van de nacht nat was geworden. De klusjesman van het hotel draaide overuren in onze kamer...

Toen we weer richting huis gingen en ons bij de receptie gevraagd werd of het hotel ons goed was bevallen gaf ik dus een ander antwoord dan gebruikelijk. Want we hadden klachten. Bergen!

zondag 17 oktober 2021

Niet kieskeurig

Dik dertig jaar geleden dreigden onze wegen zich te scheiden, toen drie naaste collega's en ik op andere plekken in de organisatie terecht kwamen. Ik had met succes gesolliciteerd naar een 'functie elders' (een begrip dat tegenwoordig een negatieve lading heeft) en door een grootschalige reorganisatie verhuisden ook mijn collega's naar verschillende organisatieonderdelen van de gemeente Rotterdam, die op diverse plaatsen in de stad lagen. Maar we spraken af dat we in ieder geval één keer per jaar ergens samen zouden lunchen. Dat hielden we veel langer vol dan ik destijds vermoedde, want je weet hoe het vaak gaat met dat soort afspraken: op een gegeven moment komt de klad erin. Maar nee dus; door de jaren heen hebben we aardig wat horecagelegenheden tussen de middag met een bezoekje verblijd. Ook nadat twee van m'n collega's zo'n vijftien jaar terug met pensioen gingen bleven we de afspraak nakomen. 

Twee weken terug waren we daarom verheugd dat we na de Covid-lockdowns weer samen konden afspreken in Hotel New York. Natuurlijk is er wat veranderd sinds de laatste keer: we moesten een QR-code laten zien en we begroetten elkaar niet met de hand maar met een vuistje of elleboog. Maar die aanpassingen hadden we er graag voor over!

Toen op een gegeven moment de bediening de standaardvraag 'heeft u al een keus kunnen maken?' stelde verontschuldigden we ons met de mededeling dat we nog zo met elkaar in gesprek waren geweest dat we de kaart nog niet hadden geopend. Ik koos voor twee Dobben-kroketten met wit brood en mijn buurman ging voor die kroketten met bruin brood. M'n collega's aan de andere kant van de tafel bestelden allebei hetzelfde: een salade met als voorafje tomatensoep.

Nadat de lunch op tafel was gezet werden onze gesprekken al etend voortgezet. Verhalen over vroeger maar ook over bezigheden van nu, verteld met een flinke dosis zelfspot. Anekdotes over spel en sport met leeftijdgenoten bijvoorbeeld, waarbij het voorkomt dat niemand van de krasse knarren de stand meer weet of men geen idee heeft wie er ookalweer aan de beurt is. 

Het viel stil toen de kok ineens naast onze tafel stond. 'Hoe vond u de soep?' vroeg hij aan m'n tafelgenoten die die hadden besteld. 'Eeh... lekker... een beetje vreemd van smaak eigenlijk', was de weifelende reactie. 'Ik moet m'n excuus aanbieden', zei de kok erna. 'U bestelde tomatensoep maar we hebben u per abuis kreeftensoep gegeven!' Dat bleek nauwelijks te zijn opgevallen bij m'n oud collega's, hoewel ze de tomatensoep achteraf bezien dus wel wat merkwaardig vonden smaken...

M'n 'krokettenbuurman' en ik moesten hartelijk lachen om de verstrooidheid van onze overburen, waarbij ik eerlijk aangaf dat dit mij ook zou kunnen gebeuren. 'Dat geloof ik zeker, zei een van de kreeftensoep etende collega's lachend, want jij had toch wít brood besteld bij je kroketten?' Ik keek naar het bruine stuk brood waarop ik zojuist kroket nummer één had geprakt en waarvan ik net smakelijk had zitten eten. En tegelijk keek de bruinbroodbesteller naast me naar het witte stuk brood dat hij inmiddels zonder erbij na te denken voor de helft had verorberd.

Volgend jaar zien we elkaar weer. Waar? Dat maakt eigenlijk niet uit, want we worden sowieso toch steeds minder kieskeurig.




zondag 26 september 2021

Afstand

Na anderhalf jaar thuiswerk was het vorige week hard nodig om weer eens 'in het echie' het gesprek aan te gaan met collega's. Zaken goed doorspreken, werkpakketten herverdelen en afspraken maken over prioriteiten, maar ook elkaar (weer) wat beter leren kennen en - niet te vergeten - lol maken.

Donderdag en vrijdag zaten we in hotel en conferentieoord 'Het Wapen van Marion' in Oostvoorne. Omdat de coronamaatregelen nog van kracht waren vond de directie twee dagen intensief overleggen, dineren en borrelen prima, maar er blijven slapen een stap te ver. Beetje eigenaardig: want dát is nou juist het gene dat we alleen doen en afstand houden geen probleem is. De vrije jaren zestig van zijn zó lang geleden dat niemand van ons alles rondom 'love and peace' bewust heeft meegemaakt.

Maar enfin, het kwam erop neer dat we de twee dagen 's morgens heen en 's avonds weer moesten rijden. En dat is best een flinke afstand. Een groot deel van de dagen vulden we binnen met praten, naar flapovers kijken, ideeën uitwisselen en post-its plakken, maar ook werk-wandelden we door de duinen en zochten we het zonnige terras op om opdrachten uit te voeren en afspraken te maken.

Terugkijkend op de twee dagen was het fijn om wat afstand te nemen van de waan van de werkdag en met een helikopterview te bekijken wat écht van belang is. Die helikopterview werd zichtbaar toen m'n collega's Ric z'n drone ter plaatse liet opstijgen om een paar mooie foto's te maken. Indrukwekkend hoor, al laten de foto's wel zien dat ik ze zie vliegen...




zondag 12 september 2021

Nodig moeten

Wanneer we onze boodschappen hebben gedaan en met een vol winkelwagentje bij de kassa aankomen komt het nogal eens voor dat Wilma tóch nog even een gangpad inschiet op het moment dat ik wil afrekenen. Ze is dan iets vergeten of ze krijgt ineens een idee, ik weet het niet precies. Na eerst lichtelijk verward en zoekend om me heen te hebben gekeken zet ik dan berustend onze kar opzij, geef ik andere klanten - die wel in de volledige bezetting de kassa hebben bereikt - voorrang en scroll ik al wachtend wat op m’n smartphone.

Daarom was mijn verbazing gisteren groot toen mijn echtgenote veel eerder dan gebruikelijk aangaf dat we écht alles hadden en we inderdaad zonder vertraging konden afrekenen. Pas nadat we de supermarkt hadden verlaten werd me duidelijk wat de oorzaak van het verrassend korte bezoek aan de Zaandamse grootgrutter was geweest. ‘Ik moet heel nodig plassen’, werd me toevertrouwd. Dus gaf ik flink gas, op weg naar huis...

Onderweg moest ik denken aan die keer in 1979 toen m’n vader - onderweg naar het zuiden tijdens een vakantie - ‘file reed’ in Genève, met m’n moeder naast zich en drie kinderen op de achterbank. M’n zus en ik waren zestien en achttien en tussen ons in zat ons vier jaar oude broertje, die al een poosje aangaf dat hij moest plassen. Op een gegeven moment hield hij het écht niet meer, maar het verkeer stond muurvast en we konden geen kant uit. ‘Pak een plastic bekertje uit de tas’, zei m’n moeder op een gegeven moment, terwijl we stapvoets langs het Meer van Genève reden. De vierjarige werd vervolgens vriendelijk verzocht om te gaan staan en... afijn, de rest spreekt voor zich. Al was dat bekertje sneller vol dan gedacht. ‘Ho! Ho! Stop!’, riepen we tegen onze kleine vriend die enthousiast z’n blaas ledigde. Het lukte hem wonderwel om inderdaad even de plas in te houden, nét voordat de rand van het bekertje werd bereikt. Razendsnel opende m’n moeder de deur van onze Ford Taunus en kiepte ze het bekertje leeg langs de stoeprand. Nota bene in het zo propere Zwitserland! Daarna herhaalde het hele gedoe zich nog een keer. Sterker nog: er leek geen eind aan de komen! Wat moest dat kleine mannetje piesen zeg! 
Ach, hij kon het natuurlijk ook niet helpen. Gisteren realiseerde ik me wel dat Wilma blij mocht zijn dat de grote, volop kletterende fontein in het Meer van Genève niet op de route van de supermarkt naar ons huis ligt...




zondag 29 augustus 2021

Vieze peuken en viespeuken

Vorige week wandelde ik door de Rhoonse Grienden met een oud-collega die ik meer dan veertig jaar geleden leerde kennen, maar die ik twintig jaar terug uit het oog verloor nadat hij een andere baan vond. Hij had me via de mail benaderd en tijdens onze mailwisseling daarna kwamen vooral lachwekkende situaties uit het donkergrijze verleden en bijzondere personen met wie we samenwerkten weer snel naar boven. Ook tijdens onze wandeling over smalle zigzag-paadjes tussen eindeloze rijen knotwilgen vertelden we elkaar niet alleen hoe het vandaag de dag met ons gaat, maar wisselden we vooral anekdotes uit over de periode dat we samenwerkten.

Daarbij realiseerden we ons hoe de tijden veranderd zijn, bijvoorbeeld toen we spraken over collega's die de hele dag door Gauloises-sigaretten rookten op de kamer, zonder dat je daar als niet-roker iets van 'mocht' zeggen. En dat ze die vieze peuken dan doofden door die in plastic bekertjes te laten vallen waar nog een bodempje koffie in stond. En altijd hing er dus de stank van sigaretten...

Maar over stank gesproken: ik had ooit een vrij bijzondere vrouwelijke collega, die wat natuur in de werkomgeving wilde brengen door een emmer met een moerasplant bij de ingang van onze kamer te zetten. Ik associeer natuur met iets moois, maar dit zag er niet uit en wanneer er iemand per abuis de plant aantikte tijdens het binnenkomen of verlaten van de kamer bewoog de aarde (drek) waar hij instond en ontsnapten zeer onaangenaam riekende moerasgassen uit de emmer. Maar goed, dat was tot daaraantoe. Ze had echter ook de eigenaardige gewoonte dat ze zo af en toe een scheet liet (!). De eerste keer dat het gebeurde leek het een ongelukje en had ze een vaag verhaal over een of andere ziekte. Ze zal niet de tijd hebben gehad om even naar de wc te lopen, dacht ik toen nog. Maar het kwam steeds vaker voor en ze geneerde zich er helemaal niet voor. Nu, meer dan twintig jaar later, liepen mijn wandelgenoot en ik te proesten van de lach over onze winderige ex-collega (eigenlijk is 'gieren' een betere woordkeus), maar het was natuurlijk te bizar voor woorden. Wanneer ze niet op de kamer was schudde ik de moerasplant even heen en weer, zodat ik die de schuld kon geven van de putlucht wanneer iemand anders de kamer zou binnenkomen.

En natuurlijk sprak ik haar er soms op aan, hoewel ze niet iemand was met wie je gemakkelijk kon communiceren. Het meest bijzondere antwoord dat ze me gaf was dat ze het wel jammer vond dat er in ons airco-gebouw geen raampje open kon!!!

Ach, het was een collega waarbij wel meer zaken niet zo lekker liepen. Het heeft ook allemaal niet lang geduurd voordat het haar duidelijk werd dat binnen onze organisatie geen toekomst voor haar lag. Ze ging op zoek naar een andere baan en ik moet het haar nageven: dat had ze gelukkig in een poep en een scheet geregeld!

zondag 15 augustus 2021

Veel en groot

Vandaag waren we op uitnodiging van mijn zwager en schoonzus in Roermond, omdat zij hun 30-jarige trouwdag vierden met een 'shop-wandeling' door het daar gevestigde Designer Outlet Center en een etentje ter afsluiting. Ter plaatse kwamen we er achter dat meer mensen het idee hadden gehad om een bezoekje te brengen aan het outlet-center. Let leek of half Nederland een acute behoefte had aan een al dan niet enigszins afgeprijsde Gucci-tas, Ralph Lauren-polo of geurtje van Armani.

Voor alle duidelijkheid: die behoefte hadden wij niet. Maar het is wel leuk om wat te slenteren door de mooie straatjes vol vrolijk gekleurde huisjes. En natuurlijk hebben we wel wát spulletjes gekocht en hebben we wat gedronken, terwijl we almaar mensen met grote tassen met veel spullen voorbij zagen komen.

Aan het eind van de middag verhuisden we naar het naast het outlet-center gelegen Schnitzel-paradies. We ontdekten dit eetparadijs negen jaar geleden, toen we bij het vlakbij Roermond gelegen Belfeld kampeerden. Het is een kopie van een Oostenrijkse Gaststätte, waarop de woorden 'groß' en 'viel' erg van toepassing zijn. Schnitzels die variëren van groot naar heel groot en zelfs enorm, grote pullen drank en forse schalen met frites, wedges en salades. 

Om een indicatie te geven: niet alleen Wilma en ikzelf, maar zelfs Bastiaan zei geen behoefte te hebben aan een nagerecht, omdat hij nokkie-nokkie zat (iets waar hij later overigens op terugkwam toen hij het ijs en de wafels op tafel zag verschijnen die de anderen hadden besteld).

Voor we naar de auto liepen om aan de een-uur-en-drie-kwartier-durende terugrit te beginnen zocht ik nog even het toilet op. Want een strakke veiligheidsgordel combineert niet zo goed met een gevulde blaas. En zeker niet met hoeveelheden (radler)bier en cola die zó groot zijn. Maar toen ik bij het urinoir aanschoof schrok ik. Want wat bleek? Ze moeten er in het Paradies blijkbaar aan wennen dat er zaken zijn die (iets) minder groß sind...!