Die onderdanigheid en vriendelijkheid, de enorme discipline van die miljoenen mensen op de drukke straten en treinperrons. Wat een bijzondere wereld!

Maar tijdens een treinreis naar Nara – een grote stad die tevens dienst doet als open lucht-museum met fraaie tempels en enorme Boedah-beelden – doorkruisten we het Japanse platteland en deden we allerlei treinstations aan waar niets anders stond vermeld dan een rijtje Japanse tekens.
Ook was ik in Osaka een avondje wezen stappen met wat Australische en Zuid-Afrikaanse collega’s en omdat het nogal laat werd spande het er om of we de laatste metro naar het hotel nog zouden halen. Bij de metrohalte aangekomen begon een in metro-tenue gestoken man ons aan te moedigen en te gillen en gebaren dat we moesten rennen om de metro nog te pakken te kunnen krijgen. Dus namen we een spurt en doken we nog net op tijd een metro-toestel in.
Pas toen vroegen we ons af of dit wel een metro was die richting ons hotel reed. Eeeeh... Ik kan je zeggen dat we vervolgens nog een heel eind gelopen hebben in die grote stad. Bijna waren we echt ‘lost’.