Ik liet nogmaals mijn desinteresse blijken en kwam – zo realiseerde ik me later – jammer genoeg niet op het idee om een oude tip van mijn collega uit te voeren: vragen ‘heeft u een momentje’, vervolgens de telefoon gewoon opzij leggen, na vijf minuten melden ‘een momentje nog alstublieft..’, enzovoort...
En zelfs terwijl ik me had voorgenomen niet toe te geven aan de

Maar nadat ik de telefoon had neergelegd (terwijl ik ze nog hoorde zeggen ‘mag ik u veel plezier toewensen met internet’) vloekte ik inwendig, maar wel hardgrondig. Was ik er tóch weer ingestonken..
Toen ik een dag later een SMS-je kreeg waarmee de internet-afspraak werd bevestigd, ben ik meteen het erin genoemde nummer gaan bellen om het ongedaan te maken. Daarbij werd ik allerlei menu’s ingestuurd, sprak ik allerlei volautomatische robot-dames, maar liep ik telkens uiteindelijk dood.
Uiteindelijk belde ik een klantenservice-nummer, waar een ‘ouderwetse’ vrouw van vlees en bloed mij tewoordstond en doorverbond. Zo lukte het me om mijn misstap ongedaan te maken.
Nou weet ik ook wel dat ik, wanneer ik over zo’n twee jaar nog geen internet op m’n mobiel heb, tegen die tijd zal worden aangekeken alsof ik een Neanderthaler ben. Maar vooralsnog plaats ik het nog in de categorie ‘een tosti maken met je strijkijzer’. Goeiemoggel zeg!